Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mochten gevonden worden, die koel en onzeker tegenover de christelijke vakorganisatie staan, dan zal de bliksemstraal van de November-revolutie hun blik hebben verhelderd.

Vooruit moeten wfi met onze organisatie, vooruit ook met de saambrenging van onze christen-bedrüfeleiders. Boüz, de vereeniging van christen-patroons, was een kind van het eerste sociaal congres. Nu bij het dagen van dit congres door de afzonderlijke formatie van een Christelfiken Middenstandsbond, Werkgeversbond, Boeren- en Tuindersbond, Boöz in nieuwe gestalte voor ons staat, moet haar uit onze besprekingen bij haar herrijzenis nieuwe levenskracht toevloeien-

Licht rijst de vraag of niet te hoog gestemd is de lof van de maatschappelijke organisaties, waar immers het vereenigd optrekken ernstige gevaren met zieh brengt. Wü kennen het gevaar en onderschatten het niet, dat het persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef in de combinatie wordt verzwakt. Wij kennen het gevaar en onderschatten het niet, dat een ontaarde vakaetie het maatschappelijk leven ontwricht en in trotschen overmoed uitsehalt: „heel het raderwerk staat stil, als onz' machtige arm het wil". Wij kennen het gevaar en onderschatten het niet, dat matelooze winzucht de ondernemersbonden verleidt tot zondige uitbuiting van het publiek.

Niettemin — de organisatie hoog! en geen stap terug tot de dagen van individualistische versnippering. Aan ons de taak om het vereenigingsleven met goeden geest te doordringen, aan den wetgever de plicht om uitwassen te keeren, om met onderdrukking van de slechte werkingen, de goede te behouden. Dan zal de voortschrijdende macht van vaste organisatie, welke de handelende partijen in de economische worsteling nauwer vereend doet optrekken, blijken te zijn eene wondere levenwekkende macht, die ons telkens plaatst voor nieuwe verschijnselen.

Eene levenwekkende macht, die door haar saambinding volkskracht staalt. Zet de saamwerking der bedrijfsgenooten zich verder uit, worden met gemeen accoord de voorwaarden van arbeid, van productie getroffen, dan zal aan nivelleerende staatsbemoeiing paal en perk worden gesteld, zal komen een waar wetboek van den arbeidi geboren uit de behoeften van het bedrijf.

Zoo vinde dan al wat tot veredeling en verheffing der maatschappelijke organisatie dienen kan, de uitbouw van het collectief arbeidfcontract, het scheppen van „nieuwe organen", die den organisataedwang, thans door de vereenigingen geoefend, uit de sfeer van het ongeordende overbrengen in het rijk van wet en rechtmatigheid, bij -ons oprechte sympathie, niet omdat wfi kwamen onder den indruk van een nieuw-modische gril, maar wijl ons gegrepen is uit het ihart Da Costa's woord dat onze maatschappij niet is „een hoop

Sluiten