Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat de vergadering voor deze rede, evenals voor die van Minister Heemskerk, met applaus heeft gedankt, spreekt de voorzitter een hartelijk woord van erkentelijkheid tot de aanwezige autoriteiten voor hun tegenwoordigheid. Hij brengt een woord van dank aan den Burgemeester van Amsterdam, den heer Tellegen, den Commissaris der Koningin in de provincie NoordHolland, den heer R o ë 11 en bijzonderlijk wendt hij zich achtereenvolgens tot de vijf ministers: tot Minister van IJsselsteijn, die ons van de doodende ambtenarij zooveel mogelijk zal verlossen; tot Minister Aalberse, van wien zulk een groot stuk werk op het gebied der sociale wetgeving verwacht wordt; tot Minister D e Vries, wiens belastingplannen geen onverdeelde sympathie oogstten, maar wiens aanwezigheid op het congres toch wel toont, hoezeer Z.Exc. ook het belastingwezen ziet in verband met het geheele sociale leven; tot Minister de Visser, die zeker, als hij erin slaagt, ons de volle bevrediging op onderwijsgebied te geven, geplaatst zal worden in de hoogste klasse dergenen, die sociale hervormingen tot stand brengen; tot Minister Heemskerk, wiens eere het is, dat hij destijds in zijn Kabinet Minister Talma opnam, en van wien ieder overtuigd is, dat hij met zijn groote juridische bekwaamheid staat achter de komende sociale wetgeving. Spr. richtte zich met zijn geestige toespraak voorts ook nog tot den Minister van Staat, den heer de Savornin Lohman, aan wiens velen en grooten arbeid, gedurende tal van jaren in het belang van het land verricht, hij warme hulde brengt, terwijl hij zich ten slotte wendt tot den zevenden aanwezigen Minister, den „verbi divini minister", D r. Pierson, wiens practische ethische arbeid hem een blijvende plaats der dankbaarheid in de harten van Nederlands Christenen verzekert!

Ten slotte stelt de voorzitter voor, het volgende telegram aan H. M. de Koningin

te zenden:

Aan Hare Majesteit de Koningin.

Bij de opening van het Tweede Christelijk Sociaal Congre8 gevoelen de in het gebouw voor den Werkenden Stand te Amsterdam vergaderde mannen en vrouwen behoefte Uwe Majesteit de verzekering te geven van hun warme liefde en onwankelbare trouw.

Zij danken voor het Koninklijk exempel van liefderijk meedoogen met degenen die door kommer en leed gedrukt werden.

Zij bidden van God dat onder het gezegend regiment van U en Uw Huis in het een en onverdeelde Nederland wone een volk, dat sociale gerechtigheid lief heeft; dat in Oranje blijft zien symbool en waarborg van vrijheid en recht.

DIEPENHORST.

Voorzitter.

Sluiten