Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschillende rijken bezitten deze thans. In het boekje Monopole und Monopolsteuern (Leipzig, 1916) van Eduard Goldstein en het in 1918 aan de Vrije Universiteit verdedigde proefBChrift van Mr W. G. Koster zijn ze te boek gesteld.

Tabak is een geliefkoosd object voor staatsmonopolisatie. Eene lange veelbewogen historie maakte het tabaksmonopolie in Frankrijk door. Ook Italië, Spanje, Portugal, Turkije, Roemenië kennen het tabaksmonopolie, dat vooral in Oostenrijk gunstige vermaardheid heeft. Oostenrijk bezit teveneens, met Italië en een aantal Balkanstaten een zoutmonopolie. Na den Fransch-Duitschen oorlog kreeg Frankrijk in 1872 een lucifersmonopolie. De brandewijn is in Zwitserland in 1886 gemonopoliseerd, terwijl berucht is de Czaristische kroeg, het brandewijn-monopolie in Rusland. Italië kwam tot de monopoliseering van het levensverzekeringbbedrijf. Bij ons kreeg het vraagstuk ongemeene actualiteit door Minister Treub's geruchtmakende plannen tot annexatie van de assurantie.

Het groote verschil tusschen dit staatsbedrijf en de besproken gemeentelijke ondernemingen is duidelijk. Bijna zonder uitzondering hebben dt laatste alle betrekking op bedrijven, bij welke mededinging van nature is uitgesloten.

Ook vóór de gemeente annexeerde was de uitoefening in het uitsluitend bezit van de bij concessie aangewezenen. Met die concessionarissen ontstonden allerlei onaangename wrijvingen. Om die te vermijden, om grootere vrijheid en zelfstandigheid tot behartiging van het publiek belang tè Verwerven, werden de concessies verlaten.

Niet de zucht tot finantiëel gewin leidde allereerst tot de inrichting der gemeentebedrijven in onze groote steden. Het ia veler wel gevestigde overtuiging, dat een stelsel van concessies aan de gemeentekas geen mindere finantiëele baten zou opleveren dan de eigen-exploitatie.

Om de zaak zelve, de watervoorziening, de gas- en electriciteitslevering, de telefoonbediening, het traxnvervoer beter tot nut van het algemeen te doen gedijen, ia de gemeente tot naasting overgegaan. Om de post en telegraaf zoo goed mogelijk te doen fungeeren, heeft de Staat deze aan tóch getrokken. Om het spoorwegverkeer voor het Nederlandsche publiek het -meeat profijtelijk te doen wezen, ia dte staatsexploitatie van de spoorwegen bepleit.

Het behalen van winst voor de schatkist wordt bij alle deze maatregelen niet versmaad. Als gevolg van het overheidsbedrijf wordt zij gaarne aanvaard, maar de rechtsgrond is zij niet.

Niets van alle deze overwegingen geldt nu bij de veelbesproken annexatie van brand- en levensverzekering. Hier geen sprake van een van nature monopolistisch bedrijf; hier geen sprake van een uitbuiten van het publiek; hier geen sprake van technische onvolkomenheid en achterlijk gedoe, dat genoegzame deelname van het publiek belemmert, hetwelk ingrijpen der Overheid noodzakelijk maakt.

Hiër geen spoor van annexatie ten einde de verzekering zelve beter te doen slagen. Hier een zuiver fiscaal monopolie: alleen en uitsluitend de

Sluiten