Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uiteenloopende beschouwing over de taak en roeping der Overheid nuet betrekking tot de economische orde bewerkt een verschillend benaderen van dit probleem.

De aanhanger van de individualistische oud-liberale leer, die gelooft dat bij het vrije spel der maatschappelijke krachten de meest harmonieuse orde zal worden bereikt, wijst elk beslag leggen door den staat op een bedrijfstak absoluut af.

De belijder van de Marxistische beschouwing, die de bron van alle ellende ziet in eene op den particulieren eigendom gebouwde productiewijze, ondernemerswinst verafschuwt, beschouwt de naasting als voorbode en overgangsvorm tot de nieuwe maatschappij. Hij juicht, wanneer weer een stuk bedrijfsleven door den vangarm van den staat wordt omstrengeld, want „elke overname van een) bedrijf schaadt de reputatie van het particuliere bedrijf in het gemeen".

De staatssocialistische denker, die aan de Overheid den plicht toekent om het maatschappelijk leven naar haar goed lijkend model te reglementeeren, is van harte geneigd om elke uitbreiding van de staatstaak met blijdschap te begroeten.

Eene andere opvatting is de onze. Wij droomen niet van „harmonies économiques", die zich bij onbelemmerde ontplooiing van het eigenbelang zullen openbaren. Wij zoeken niet in particulier bezit en particuliere productiewijze de grondoorzaak van allen socialen jammer. Wij gelooven aan „der wereld zondeschuld", die in elke maatschappelijke orde den vrede zal verstoren.

Maar wij belijden ook, dat de Overheid is ingesteld om der zonde wil; haar roeping is zondige onderdrukking, ook uit het maatschappelijk leven te keeren. Daarom is ook de economische sfeer geen onaantastbaar gebied; ook daar heeft de Overheid recht te bestellen, de orde te handhaven, de maatschappelijke krachten te schragen en te leiden.

In die Gpvatting van het karakter der overheidsroeping ligt verzet tegen het staatssocialistisch drijven besloten. Niet opzuiging, maar leiding van de maatschappelijke kracht zal de Overheid zich tot taak stellen. Rekent «j zich het tot normale roeping om als economisch-zelfhandelende, naast de burgers als hun concurrente op te treden of met verdringing van deze, uitsluitend het economisch terrein voor zich op te eischen, dan treedt zn in eene sfeer, die niet de hare is. Zij gebruikt dan hare macht die haar stelt boven het bedrijfsleven van het volk om hierin zelve Werkzaam te tijn. In uitzonderingsgevallen, waar ter bescherming van de volkskracht de leiding aan de particulieren niet mag worden toevertrouwd, heeft de Overheid toe te treden en zeer wel kan zij zich aan plichtsverzuim schuldig maken, door niet zelve de exploitatie van bedrijven te aanvaarden.

Ond oenlijk is het die gevallen alle met preciesheid te omschrijven. Het leven is te bont geschakeerd, dan dat een nauwsluitend schema kan wor-

*) Zie Handelingen 1903/1904, Bijlagen, no. 108.

Sluiten