Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen levensonderhoud brengt, moet hij laten varen. En waar de strijd voor dat levensonderhoud de kracht reeds tot het uiterste spant, kan als negel van den enkelen bedrijfsondernemer niet gevergd worden, dat hij zijn bedrijf ongeacht de resultaten zal richten op de verzorging van de gemeenschap, en zal hij in den regel zich moeten troosten met de gedachte, dat naarmate zijn arbeid beter beloond wordt die arbeid ook blijkt grooter waarde voor de gemeenschap te bezitten.

Geheel anders staat het met het openbare lichaam dat een bedrijf uitoefent. De staat, de gemeente, zij vinden hun doel en het richtsnoer van hun beleid niet in zichzelf, maar in het welzijn van de gemeenschap. Het menschelijk samenleven moet worden beschermd tegen de doorwerking van de macht der zonde, tegen ondergang in onrecht, misdaad, ellenda, honger, ziekte; de dwingende macht van den staat is noodig om de voorwaarden in het leven te roepen, waaronder dat menschelijk samenleven zich kan ontwikkelen. Daarop heeft de staat zich te richten ook wanneer hij een bedrijf uitoefent, ook wanneer dat een bedrijf is, welks uitoefening finantiëele bate oplevert. Bij de uitoefening van het bedrijf mag niet die bate op zichzelf doel zijin, maar alleen die bate in zoover zij noodig is voor de bereiking van het staatsdoel, ten goede der gemeenschap. Wanneer uit een openbaar bedrijf finantiëele bate wordt getrokken ten koste van het welzijn van de volksgemeenschap of van eenig deel daarvan, staat tegenover de winst een verlies, dat bij de beoordeeling van het bedrijf in aanmerking moet komen. Het eindcijfer der winst- en verliesrekening heeft dan ook bij de beoordeeling van het openbaar bedrijf een geheel andere beteekenis dan bij het particulier bedrijf, dat op geld verdienen gericht is. Overwegingen van socialen en ecotnomischen aard spreken rechtstreeks en beslissend mede bij de uitoefening van het overheidsbedrijf, juist omdat het is bedrijf der overheid.

Niet in alle onderdeelen van het bedrijf openbaart zich dit eigen kenmerk van het overheidsbedrijf. Wanneer een openbaar bedrijf bijvoorbeeld optreedt als verkooper van stapelproducten {kolen, tin, teer) aan de wereldmarkt, komt het op een terrein waarover de overheidsmacht noch de overheidszorg zich mag uitstrekken. Als kooper zal het overheidsbedrijf veelal niet andiers kunnen handelen dan vrije ondernemers, en voor den laagsten prijs trachten te koopen, — al ontwikkelt zich hier uit de bepalingen van maximum-arbeidsduur en minimum-loon een sociale zorg, en al kan het op den weg der overheid liggen om door het gunnen van leveranties de binnenlandsche nijverheid te bevorderen.

Ten aanzien van drie punten worde in dit rapport gewezen op de gevolgen van het eigen karakter van het overheidsbedrijf, namelijk tegenover de afnemers, wat betreft het beleid van het bedrijf in het algemeen en tegenover het personeel. •

In de afnemers is veelal het doel te zoeken, ter bereiking waarvan een bedrijf door de overheid wordt geëxploiteerd. Het publiek moet beschermd

Sluiten