Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

etaats- en gemeentebedrijven veelal zijn, het aantal instanties op het afdoen van zaken ongunstig kan werken, en dat daartegen een afdoend remedie nog niet is gevonden. Ten opzichte van kleine gemeentelijke bedrijven geldt dit in veel mindere mate; en er mag op worden gewezen, dat veel van de aangevoerde grieven! ook gelden ten opzichte van het beheer van groote naamlooze vennootschappen.

In het algemeen kan worden gezegd dat de grief, dat de Overheid economisch minder goed exploiteert dan particulieren in zeer verschillende mate geldt ten aanzien van verschillende bedrijven. Ten aanzien' van monopolies geldt zij minder, daar ook voor den particulieren exploitant van een monopolie de prikkelende concurrentie ontbreekt, daar hier de afnemers vanzelf komen, en de zorg voor vergrooting van den omzet, die den particulieren ondernemer aandrijft, niet of nauwelijks meetelt. Ten aanzien van zeer eenvoudige en eenvormige bedrijven zijmi de bezwaren minder groot; terecht merkt Mr. Aalberse op, dat daarentegen niemand er bijTcorbeeld aan denken zal de machine-industrie tot een monopolistische staatsonderneming te maken. De bureaucratie levert bij een bedrijf als de post, waar vaste orde en strikte regelmaat van zooveel belang is, minder bezwaar. Daarentegen hebben de bezwaren zich duidelijk geopenbaard bij de regeling der distributie, waar zonder voldoende voorbereiding, zonder • voldoende kennis van het arbeidsveld en zonder geschoold personeel, telkens nieuwe staatsbedrijven moesten worden opgezet, die diep ingrepen in heel bet economisch leven.

Voor het bebeer van bedrijven is uit de besproken bezwaren menige nuttige les te trekken!.

Dat bij benoemingen geen gunstbetoon maar het belang van den dienst richtsnoer moet zijn, — het is een les, reeds even lang bekend als dikwijl", veronachtzaamd.

Dat voor het verkrijgen van het geschikte personeel niet moet worden geschroomd om aan technische ambtenaren en bedrijfsleiders bezoldigingen aan te bieden, die de salarissen van andere ambtenaren van gelijken rang niet onbelangrijk te boven gaan, is een! waarheid, die blijkens de practijk meer en meer gemeengoed wordt. Daarnaast moeten aan die ambtenaren niet worden onthouden openlijke blijken van waardeering voor hun toewijding en de door hen verkregen resultaten. Het toekennen van tantièmes verdient geen aanbeveling, omdat het het gevaar medebrengt, dat het beleid te zeer zal worden gericht op het winstcijfer, ten nadeele van sociale en economische belangen.

Van groote beteekenis is dat aan de bedrijfsleiding de noodige vrijheid van beweging verzekerd zij. Daartoe is noodig zelfbeperking van vertegenwoordigende lichamen bij het afeischen van politieke verantwoordelijkheid, en' terugwijzen door Regeering en dagelijksche besturen van gemeenten van pogingen om die verantwoordelijkheid te doen ontaarden. Maar er kan meer geschieden. Op verschillende wijze kan bij het organiseeren van openbare bedrijven de noodige vrijheid voor het beheer worden verzekerd. Daar is bijvoorbeeld de vorm der naamlooze vennootschap, waarbij

Sluiten