Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toont, dat ook zonder rechtspersoonlijkheid van het bedrijf de noodige vrijheid kan aanwezig zijn.

Die vrijheid van beweging kan een overheidsbedrijf niet genieten ten aanzien van het algemeen finantiëel beleid. Daarbij heeft het bestuur van het publiek lichaam voor welks rekening het bedrijf is het beslissende woord te spreken; dus de Regeering in overleg met de Staten-Generaal, de Provinciale Staten, den Gemeenteraad. Zij beslissen over afschrijving, reserveering, winstuitkeering. Zonder twijfel ligt daarin een gevaar. Immers een zorgvuldig finantiëel beleid behoort niet tot de hoofdkenmerken der democratie; soms schijnt het of de, niet onverklaarbare, onverschilligheid daarvoor onder de kiezers ook op de gekozenen haar invloed doet gelden. Een tegenwicht tegen de neiging om het winstcijfer van de bedrijven, tot ontlasting van het algemeen budget, hooger op te voeren dan met een voorzichtig finantiëel beleid strookt, is gelegen in de omstandigheid dat de factoren, die daarop invloed hebben, met name afschrijving en reserveering, goeddeels beheerscht worden door technische, ook finantiëel-technische, overwegingen. De daaraan verbonden vraagstukken zijn in den regel niet zoo eenvoudig, en de invloed der bedrijfsleidiug komt reeds daardoor tot zijn recht. De leden van vertegenwoordigende lichamen, die van de vraagstukken die hierbij aan de orde komen zelve studie maakten, zijn reeds daardoor van onverschilligheid voor beginselen van finantiëel beleid vrij.

Naast een voorzichtig finantiëel beleid mag aan het overheidsbedijf ook de eisch gesteld worden, dat het zich volkomen vrij houde van alle praktijken die met de waardigheid der Overheid niet in overeenstemming zijin. Op de strengste wijze moet worden' opgetreden tegen ambtenaren die geschenken aannemen, die zich om eigen voordeel aan begunstiging van afnemers of leveranciers schuldig maken. Geheel uit te roeien schijnt dit kwaad, waarmede ook particuliere ondernemingen bij hun ondergeschikten zooveel te kampen hebben), niet te zijn; maar dubbel gestreng moet daartegen worden opgetreden in het overheidsbedrijf, waar begunstiging onder geen voorwaarde mag bestaan. De particuliere ondernemer mag uit vriendschap of om redenen! van. bloed- of geestverwantschap bepaalde leveranciers kiezen, bepaalde afnemers vóór andteren bedienen, in het overheidsbedrijf mag dat niet bestaan. Van den Nederlandschen ambtenaarsstand kan worden getuigd dat hij in dit opzicht eervolle traditiën heeft. Hier werkt het onpersoonlijk karakter der bureaucratie gunstig. Bij de distributiebedrijven van Rijk en gemeenten is wel eens gebleken dat het aan uit het vrije bedrijfsleven gerecruteerde ambtenaren soms niet zoo gemakkelijk valt om ambtelijk een strenge onpartijdigheid toe te passen, die in hun vroegereni werkkring niet van hen werd geëischt.

Het zijn niet alleen de ambtenaren, maar het is ook het bedrijf zelf, dat zich heeft te hoeden voor min zuivere praktijken. De grief tegen het overheidsbedrijf, dat het op dit punt aan het particulier bedrijf een voorsprong moet laten, moet worden afgewezen. De OmbilienmijneU hebben het bezwaar gevoeld, dat scheepskapiteins haar kolen niet namen, omdat zij dan, het

Sluiten