Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ciëel karakter der arbeidsovereenkomst is in laatste instantie niet te loochenen. In het bedrijfsleven is de arbeid gecommercialiseerd. Voor het overheidsbedrijf geldt dat niet. Van particuliere bedrijven!, die een rechtvaardig loon niet kunnen betalen, kan niet meer worden gezegd, dan dat zij, ten slotte, dan maar niet in stand moeten blijven. Voor het overheidsbedrijf, waar de roeping der Overheid steeds het commerciëele element terugdringt, geldt de volstrekte eisch, dat het betale een rechtvaardig loon.

De formule „rechtvaardig loon" wordt gemakkelijk neergeschreven; maar vele en velerlei zijn de factoren, die op het bedrag van dat loon invloed hebben. Het eerst moet daarbij worden gewezen op het verband tusschen loon en levensonderhoud. Het verband tusschen arbeid en dagelijksch brood is een) van de meest elementaire sociologische gegevens. Dat verband is van economisch en aard: wanneer er niet wordt geproduceerd, is er niets te consumeeren, althans niet meer dan de in het wild groeiende vruchten, waarmede de primitiefste volken zich in het leven houden. Dat verband is ook van zedelijken aard: het betrekkelijk recht van den mensch op levensonderhoud hangt met den arbeid onlosmakelijk samen, ook blijkens de Heilige Schrift; wie niet werkt, zal niet eten. De mensch is tot arbeid geroepen; en een van de wegen waarlang! die roeping tot hem komt, is, dat wanneer hij niet arbeidt, hij zijn levensonderhoud niet vindt. Maar nu moet de arbeid hem ook inderdaad levensonderhoud brengen. Daaraan ontbreekt in veel gevallen heel wat. Wanneer het nu geldt arbeid, die zelf gekozen en geregeld is, die los van anderen voor eigen! rekening plaats heeft, dan kan van het niet loonend zijn van dien arbeid aan niemand een grief Worden gemaakt. Maar wanneer een man in eens anders dienst arbeidt, onder leiding en voor rekening van dien ander, dan is het rechtsgevoel niet bevredigd, wanneer ondanks dien arbeid die man zijn levensonderhoud niet vindt. Nu kunnen hier excepties zijn: het kan zijn dat een ondernemer een) niet loonend bedrijf heeft, terwijl het noch in het belang van den werknemer, noch in dat van den werkgever zou zijn, dat bedrijf aanstonds te staken. Maar voor arbeid in dienst der Overheid geldt dit niet. Wie in haar dienst arbeidt, behoort in dien! arbeid levensonderhoud te vinden; de Overheid, wier eerste taak is handhaving, van het recht, moet in haar eigen daden toonen, dat zij voor dat recht buigt, mag zich niet eraan onttrekken ook bij haaf loonbepaling de rechtvaardigheid te betrachten.

Een rechtvaardig loon moet levensonderhoud geven. Daarmede zijn wij iets verder, maar nog niet veel. In de eerste plaats moet erop worden gewezen, dat de werknemer levensonderhoud moet vinden niet alleen gedurende den tijd, waarin hij arbeidt, maar ook daarvóór, in zijn jeugd, daarna, in zijn ouderdom, ook wanneer hij door ziekte of invaliditeit niet kan werken. Een veel moeilijker vraag is echter: wat is voor levensonderhoud noodig? Wat zijn de elementen waaruit dat levensonderhoud, waarop aanspraak bestaat, is samengesteld?

Het is duidelijk, dat het voor levensonderhoud noodige niet een constante grootheid is. Het levensonderhoud wisselt naar tijd en plaats en stand. Naar

Sluiten