Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke en ingezonken toestand wordt verbeterd. In plaatsen daarentegen, waar de arbeidersbeweging invloed heeft kunnen oefenlen, waar bij collectief contract loonregelingen zijn tot stand gekomen, daar zal de Overheid boven de plaatselijke loonen niet of slechts weinig mogen uitgaan; ook, om niet aanleiding te geven tot de "klacht van particuliere arbeiders, dat zij steeds hooger belasting hebben! te betalen wegens de loonen der gemeentewerklieden.

De maatstaf van het loon ligt in het voor levensonderhoud noodige. Maar dan dringt zich ook de vraag op, of voor alle werklieden van dezelfde groep wel hetzelfde loon kan worden betaald, daar toch het voor levensonderhoud noodige voor den een! een geheel ander bedrag is als voor den ander. Inderdaad ligt daarin grond om bij het toemeten van een rechtvaardig loon te specialiseeren. In volstrekten zin kan dit natuurlijk niet worden doorgevoerd; het is onmogelijk voor iederenj loontrekkende individueel het bedrag dat zijn speciale behoeften dekt vast te stellen. Maar wel zijn er enkele algemeene kenmerken vast te stellen, die voor een specialiseering tot basis kunnen strekken, en wel met name de gehuwde staat en het bezit van kinderen. Tegen deze kenmerken ka» niet worden aangevoerd dat zij de Overheid mengen in allerlei particuliere aangelegenheden, dat zij leiden tot een onredelijke speeialiseering. Huwelijk en bezit van kinderen zijn wettelijk geregistreerde feiten, waarvan het constateeren niet de geringste zwarigheden oplevert, waarbij simulatie uitgesloten is, en van geen enkele meer of min willekeurige schatting sprake kan zijn. Het zijn elementaire verhoudingen, die algemeen en natuurlijk den man de zorg opleggen voor het levensonderhoud van meerdere personen. Wanneer voor de Overheid de arbeid niet is een koopwaar, de arbeidsovereenkomst niet is een commerciëele transactie, maar een zedelijken band legt, wanneer het loon dat de Overheid betaalt met het levensonderhoud in verband moet staan, dan is daarin grond gelegen om met het huwelijk en het bezit van kinderen bij het bepalen van het loon te rekenen.

De tegenwerping is gemaakt, dat een loon in verband met de samenstelling van het gezin door het particuliere bedrijf niet kan worden nagevolgd, en, werd het nagevolgd, tot achterstelling bij plaatsing zou leiden van arbeiders met groote gezinnen. De ervaring leert, dat in groote particuliere ondernemingen (b.v. spoorwegmaatschappijen) de kindertoeslag zeer wel toepassing kan vinden. De vrees voor achterstelling van hen die rijk aan kinderen zijn heeft daar geen grand. Vooreerst hebben de beambten die over de plaatsing beschikken niet zelf den' toeslag te betalen, en instructies die zulk een achterstelling zouden voorschrijven zijn niet te duchten reeds met het oog op de publieke afkeuring, die zij zouden vinden. En voorts heeft de aanstelling in den regel plaats op een leeftijd', waarop van een' groot kindertal nog geen sprake kan zijn. Wanneer overigens de kindertoeslag voor het particuliere bedrijf ook al geheel Onmogelijk zou zijn, zou daarin nog geene reden liggen voor de Overheid' om geen kindertoeslag te geven, maar zou daarin juist een voordeel van het overheidsbedrijf boven het particuliere zijn te zien.

Sluiten