Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het sluiten van een overeenkomst tusschen heide partijen, en die bij niet slagen kan leiden tot machtsstrijd van een staking of uitsluiting. De vereeniging van overheidspersoneel staat bij overleg niet als gelijke tegenover de Overheid; zij contracteert ook niet met de Overheid; en bij dat overleg staat ook niet de machtsstrijd als het ware voortdurend dreigend op den achtergrond. De arbeidsvoorwaarden der Overheid worden niet geregeld bij overeenkomst tusschen partijen; zij zijn een stuk publiek recht, en worden bij wet of verordening, door de Kroon of door den gemeenteraad vastgesteld. Daarin ligt voor het overheidspersoneel niet een verzwakking vaa zijn positie, maar een versterking; wanneer arbeidsvoorwaarden met de rechtvaardigheid niet overeenkomen is dat niet maar een quaestie tusschen werkgever en werknemer, maar een zaak van publiek belang, waarmede pers en publieke opinie, eventueel de volksvertegenwoordiging, zich bezighouden, waarin straks misschien het kiezerscorps toont belang te stellen.

Dat het overleg tusschen de Overheid en haar personeel een ander karakter draagt dan het overleg tusschen particuliere werkgevers en werknemers mag voor de Overheid niet een reden zijn om overleg met vereenigingen van overheidspersoneel niet te zoeken. Zulk overleg komt overeen met den graad van ontwikkeling en de maatschappelijke onafhankelijkheid in onzen tijd; ook het overheidspersoneel bestaat niet uit willooze werktuigen, maar uit vrije burgers, die over hun eigen positie een oordeel kunnen vormen, en ook inderdaad bezitten. Zulk overleg is onmisbaar, indien men den geest van het corps niet im gevaar wil brengen. Zulk overleg is voor de Overheid zelve nuttig omdat kennis van de wenschen van het personeel voor haar onmisbaar is. Voor zulk overleg kunnen ook andere organen! dam vrije vereenigingen van overheidspersoneel dienen. Er kan een vertegenwoordiging van het personeel van een bepaalden tak van dienst opzettelijk daarvoor in het leven worden geroepen. Maar de ervaringen, tot nog toe met de z.g.n. groepsvertegenwoordiging opgedaan zijn niet zeer aanmoedigend. Het personeel, voorzoover het zich uit, blijkt ten zeerste prijs er op te stellen, dat overleg wordt gepleegd met de wganen die het zelf in zijn vrije vereenigingen in het leven riep. Zoolang die vereenigingen door baar houding zulk overleg niet geheel onmogelijk maken is er niets tegen dat met haar het overleg plaats hebbe, en ligt het op den weg der Overheid om dat overleg te bevorderen; om aan dat overleg een vasten vorm te geven, en daarvoor periodiek de gelegenheid te openen. Zoo wordt een georganiseerd overleg in het leven geroepen, gelijk reeds in eenige gemeenten in ons land bestaat, waarbij aan de vertrouwensmannen van het personeel (en dan evenzeer aan „vrijgestelden" als aan, vereenigingsbestuurders die zelf tot het overheidspersoneel behooren) op onbekrompen wijze gelegenheid wordt gegeven grieven en wenschen te uiten.

Toont aldus de Overheid tegenover het personeel van het overheidsbedrijf, dat zij zich hare roeping bewust is, andererzijds mag ook aan het personeel de eisch worden gesteld dat het inzie niet in particulieren dienst te zijn, en niet te kunnen beschikken! over de middelen die tegenover particuliere

Sluiten