Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belastingen het democratische denkbeeld gehuldigd wordt, dat vrijwel ieder, schier ongemerkt iets medebetaalt aan de kosten van het staatsbestuur. Met fiscale monopolies redt men wellicht den naam, maar in het wezen der zaak voert men indirecte belastingen in. Ook dan heeft men de nadeelen van indirecte heffingen en bovendien nog alle nadeelen, aan het overheidsbedrijf verbonden.

Spreker gaat nu na in groote trekken welke argumenten pro hier ten gunste van de staatsexploitatie ontwikkeld zijn om daaraan de opsomming van enkele bezwaren te verbinden.

Men beroept zich ten gunste van het overheidsbedrijf op de sociale mogelijkheden, die het oplevert. Maar is die functie van het overheidsbedrijf niet veel geringer geworden door den invloed van de vakorganisaties en de wetgeving? Wordt in Amsterdam door den heer Wibaut niet geëischt, dat de gemeente niet zal voorgaan, maar dat zij zich aansluiten zal bij wat door het collectief arbeidscontract bereikt werd? En in het buitenland èn in het binnenland staat veelszins de zaak zoo, dat de toestanden in het particuliere bedrijf niet minder, maar eer beter zijn dan die in het overheidsbedrijf.

Verschillende sprekers hebben excessen van het particuliere bedrijf breed uitgestald ter inleiding van de verdediging van den socialisatieeisch. Wij gaan niet curieuselij k onderzoeken of de misbruiken niet te schril gekleurd zijn; wij nemen aan, dat ze bestaan, maar dan volgt daaruit geenszins, dat het forsche middel van naasting de eenige remedie is, die uitkomst kan brengen. Zeer wel kunnen de bezwaren van den staat-ondernemer de grieven aan de particuliere exploitatie verbonden, verre in beteekenis overtreffen.

Het is eene verkeerde hebbelijkheid van de voorstanders der socialisatie, wanneer zij tot meerdere glorie van hun betoog de tegenstelling ingang weten te doen vinden: staatsbedrijf of absoluut vrij bedrijf. Wie zich met hand en tand tegen de overheids-exploitatie verzèt, kiest daarmee niet voor het laat-maarwaaien-stelsel, kan voor overheidsinmenging die uitingen van booze winzucht inperkt, warm gezind zijn.

Die winzucht steekt velen. De ondernemerswinst op zich zelve veroordeelen zij wel is waar niet, maar op grond van de abnormale ondernemerswinst, door particulieren gemaakt, worden lonkjes naar de overheids-exploitatie geworpen.

De zeer overdreven voorstellingen, welke men zich, met name in arbeiderskringen, maakt van de ondernemerswinsten, welke aan den Staat kunnen getrokken worden, zijn in hoofdzaak het gevolg van misverstand met betrekking tot de kosten, in economischen zin van een onderneming. Het is vooral de groote opbloei van de vennootschappen, welke hiertoe heeft medegewerkt, al heeft zij ook weer in sommige opzichten het kostenbegrip verhelderd. Een particulier, die een zaak heeft en goed boek houdt, zal wel nagenoeg altijd, alvorens van winst te spreken, van de bruto-overschotten aftrekken, behalve een behoorlijke afschrijving op de bezittingen in het bedrijf gebezigd, een matige doch vaste rente van de kapitalen, in het bedrijf gestoken. Wanneer men van soliede beleggingen 4 % ^an maken, zonder andere moeite dan tweemaal per jaar coupons te knippen, dan kan men bezwaarlijk van winst in zijn onderneming

Sluiten