Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE DAG

(Middagvergaderingen).

Referenten t Mr. J. A. de Wilde en Dr. H. J. Lovink. I. OVERHEID EN MIDDENSTAND.

Door Mr. J. A. de Wilde.

In het groote proces der productie van goederen, die in de menschelijke behoeften voorzien, hebben alle rangen en klassen der. maatschappij een aandeel. De aard en de beteekenis van dat aandeel kan echter zeer verschillend zijn. De leider van een grootbedrijf, de kapitalist, de koopman en de handarbeider spelen elk een andere rol.

Maar hoe uiteenloopend en onderscheiden elks aandeel ook moge zrjh, geen van de personen, die wij noemden, zou in de huidige ontwikkelingsphase, zonder schade voor het geheel kunnen worden gemist. Zij allen werken mede aan het produceeren van goederen en ieder zorgt op zijn wijze, dat de consumenten datgene ontvangen, wat zij voor hun instandhouding en hun genot noodig hebben.

Doch boven al den menschelijken arbeid en het beschikbaar stellen van krachten en kapitalen gaat uit de onnaspeurlijke rijkdom, welken God gelegd heeft in Zijn schepping. Want daaruit alleen brengt de mensch te voorschijn al wat hij voor zijn onderhoud noodig heeft en hij maakt daartoe gebruik van de krachten, die naar vaste, onveranderlijke wetten, in al het geschapene werkzaam zijn.

De mensch, die naar het Goddelijk gebod de aarde vervult, haar aan zich onderwerpt en heerschappij voert over de stof, is voortdurend in die schepping bezig en vertoont in het beheerschen en leiden der machten en in de gebruikmaking en! bewerking van de stuf het beeld Gods.

Maar hieruit vloeit dan ook aanstonds voort, dat de mensch, die zelf deel der schepping uitmaakt, wat hij ook in deze wereld moge praesteeren, betzij door geestelijken, hetzij door handenarbeid, hetzij door beschikbaarstelling van kapitaal, alles vooraf van God ontvangt, om daarmede tot Zijn eer, naar Zijn gebod en tot 's naasten heil werkzaam te zijn.

Het is er echter verre van af, dat een daaraan beantwoordende toestand zou worden aangetroffen. Uit den mensch van het eerste hoofdstuk

Sluiten