Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal beter rekening kan bouden dan de directeur van bet warenbuiaof de bestuurder eener coöperatie. Dit geldt zelfs niet alleen voor goederen van luxe en genot, maar bet gaat tot op zekere hoogte ook door voor levensmiddelen.

Met betrekking tot den industriëelen middenstand mag er op gewezen worden, dat de toepassing van de kracht der electriciteit aan het kleinbedrijf zeer ten goede is gekomen, omdat die kracht niet alleen goedkoop is in het gebruik, maar ook niet zoo groot kapitaal voor aanschaffing van machines eischt.

Intusschen staat de zaak voor den industriëelen middenstand eenigszins anders dan voor den handeldrijvenden. De strijd van den eerstgenoemden zal allicht de zwaarste zijn, voor zooverre hij zich niet belast met de fabricage van z.g. „smaakartikelen", waarbij individueele bewerking en verwerking van de stof van groote beteekenis is. Een kleinbedrijf zal ook niet zelden neiging vertoonen óf tot den rang van grootbedrijf op te klimmen, óf te verdwijnen.

Indien de middenstand, en met name de handeldrijvende middenstand], verdween, zou, de functie, welke hij tot heden toe verricht heeft, noodwending door anderen moeten verricht worden, en wel door ambtenaren of employés van staatsbedrijven of coöperatieve vereenigingen en naamlooze vennootschappen.

Het zou dan echter zeer de vraag zijn of sommige van de koopmanseigenschappen die wij boven hebben opgesomd, wel zoodanig tot haar recht zouden komen als thans het geval is. Het vrije en particuliere bedrijf bleer doorgaans in dit opzicht op het staats- en coöperatief bedrijf iets vóór te hebben. Deze eigenschappen zijn in hoofdzaak doorzicht in zaken, mensehenkennis, warenkennis, aanpassingsvermogen, zuinigheid, qver en energie en ze hebben een zeer groot economisch effect.

En nu is het zeer zeker niet te ontkennen, dat vele kleine winkeliertjes en kleine baasjes een zeer ongelukkig en min of meer parasitair bestaan hebben, maar zij vormen grensgevallen, die men in een maatschappij als de onze, zoolang er geen betere organisatie van het bedrijfsleven zal zijn tot stand gekomen, steeds zal aantreffen), en zij kunnen dan ook bestreden worden, zonder daarom nog den middenstand als zoodanig aan te vallen. Integendeel, de middenstand heeft van deze grensbewoners meer last dan gemak.

Wij zijn de overtuiging toegedaan, dat onder de bestaande omstandigheden uitschakeling van den middenstand een heel ander gevolg zou hebben dan velen ervan verwachten en dat de consumenten er niet door gebaat, maar zeer zeker geschaad zouden worden. De prijzen der producten zouden niet dalen, maar stijgen, en de bediening van het publiek, ook een zaak van zeer groot belang, zou er buiten kijf onder lijden.

Het bovenstaande neemt niet weg, dat elke poging om dien middenstand kunstmatig in het leven te houden, bij ons op verzet zou stuiten. Indien

Sluiten