Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■waarlijk mocht blijken, dat zijn verdwijnen in het maatschappelijk belang gewenscht ware, dan zouden kunstmatige middelen ook weinig helpen.

Het was en is een zeer groote fout van vele middenstanders uit vroeger en later tijd, dat zij bij de gevaren die zij duchtten louter een beroep deden op het publiek en de Overheid. Zij verkondigden dan de leer, dat elk burger moreel verplicht wa3 bij den middenstand zijn inkoopen te doen en het kleinbedrijf te steunen, en wendden inmiddels allerlei tot mislukkig gedoemde pogingen aan om, ter behartiging hunner belangen, „middenstanders" in de vertegenwoordigende lichamen te brengen. Deze houding leidde uit den aard der zaak tot geen resultaat, omdat het publiek, de ongrijpbare massa, nu eenmaal geen medelijden kent tegenover zwakkelingen en de Overheid niet geroepen is onzeewaardige schepen in de nationale vaart te houden.

Langen tijd heeft de middenstand, die inderdaad1 van alle kanten bedreigd werd, fouten getoond, die op een debacle moesten uitloopen.

De grootste fout was wel het op de spits gedreven individualisme, dat de middenstanders kenmerkte. Door de liberale economie en het wegvallen der gildenorganisaties ontving dit individualisme een gunstigen bodem om op te tieren.

De toestand is jaren lang zóó geweest, dat de eene middenstander in den anderen standgenoot, die hetzelfde bedrijf uitoefende of denzelfden handel dreef, zijn natuurlijken vijand zag. En we zouden niet durven beweren, dat er van dezen vroegeren toestand geen sporen meer over zijn. De onderlinge concurrentie nam dikwijls een onedel karakter aan. Kwaadspreken van andermans waren, goederenvervalsching, listig en soms lasterlijk gestelde reclame, wendden velen als middel aan, om gevreesden concurrenten het hoofd te kunnen bieden.

Maar afgescheiden hiervan, bracht het Individualisme er de midden standers toe om van alle organisatie af te zien en zonder eenig overleg met mannen van hetzelfde vak den strijd om het bestaan voort te zetten].

Het natuurlijk gevolg daarvan was, dat de middenstander hoe langer hoe meer eenzelvig en conservatief werd en verzuimde zijn blik te verruimen. De middelen, welke de nieuwe tijd bracht en waarvan anderen wisten te profiteeren, werden door hem niet aangewend en tot betrekkelijk groote zaken toe, was het niet zelden met de ontwikkeling van den patroon en met zijn boekhouding meer dan treurig gesteld. Ook in den tijd van het op ■de spits gedreven individualisme waren er, gelijk vanzelf spreekt, mannen in den middenstand, die oog hadden voor de nieuwe eieehen des tijds, maar de overgroote meerderheid was bekrompen van blik, sloot zich in een zeer enge omgeving op, vergenoegde zich met tegen ieder, die er naar hooren wilde, te klagen over en te protesteeren tegen de opkomende coöperatie en het naar voren dringend grootbedrijf, en liet intusschen na uit de ttekenen der tijden de lessen te trekken, die noodzakelijk getrokken moesten worden.

Terwijl de middenstand er de hoogste wrjsheid in bleef zien, dat iedere neringdoende en industriëel geheel op zichzelf stond en trachtte zich zoo

Sluiten