Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed mogelijk door de wereld te slaan, kwam in het leven dér kapitalisten en arbeiders en andere bevolkingsgroepen de sterke drang naar organisatie op.

In breede kringen der maatschappij, niet het minst onder de burgerlijke en militaire ambtenaren en arbeiders, drong de gedachte door, dat zij den winkelier wel konden missen en zelf de winst, die hij op de door hem verkochte artikelen maakte, in den zak konden steken. Deze opvatting vond haar uitwerking in de oprichting van coöperatieve vereenigingen, waarvan tal van winkeliers de dupe werden.

Tegelijkertijd voltrok zich in het grootbedrijf al meer een geweldige evolutie. Door samenbrenging van groote kapitalen werden op groote schaal fabrieken ingericht, met de nieuwste machines voorzien, die de productie in het groot ter hand namen en aan vele kleine industriëelen in ons vrijhandelsland, dat ook door buitenlandsche producten werd overstroomd, een doodelijke concurrentie aandeden. Ten slotte telde men tal van industrieën, die uitsluitend in groote, met veel kapitaal gedreven fabrieken werden uitgeoefend. Deze groote bedrijven hadden niet alleen vóór, dat ze goedkooper konden leveren, maar zij waren doorgaans ook in staat betere loonen en arbeidsvoorwaarden aan hun arbeiders te verzekeren, zoodat ten slotte die man van het kleine bedrijf in een geheel geïsoleerde positie kwam te staan.

Vanzelf voegde zich daar nog het kwaad bij, dat de middenstander, op zijn eentje produceerend en handelend, zonder voldoend kapitaal, afhankelijk werd van zijn leveranciers, die hem, niet zelden onder bedreiging met een bankroet, noodzaakten bij den inkoop van grondstoffen en goederen condities te aanvaarden, die hij als vrij en kapitaalkrachtig man zeker nooit aangenomen zou hebben. En tegelijkertijd bleef onder het ccnsumeerend publiek de fatale gewoonte bestaan, om een goed deel van de inkoopen die het deed, niet aanstonds te betalen, maar op rekening te laten schrijven, zoodat de kleine industrieel en winkelier financiëel van twee kanten tegelijk in de engte werd gedreven.

Toen de middenstander op dit alles slechts reageerde in den vorm van klaagliederen over zijn gedrukten toestand, begon eindelijk ook de publieke opinie, die langen tijd den middenstand gunstig was geweest, zich te wijzigen. Daarop hadden ook de nieuwere of weer opnieuw opgestelde theorieën omtrent het parasitair karakter van den middenstand groeten invloed. Duizenden begonnen hem als overbodig, als een sta-in-den-weg te beschouwen. En statistieken gingen dienst doen om te bewijzen, hoeveel deze onnutte stand in den vorm van winst en vrijwel noodelooze bedrijfsonkosteD in de wacht sleepte ten nadeele der consumenten.

Maar eindelijk kwam er dan toch ontwaking. Ten slotte hebben middenstanders met arbeiders en kapitalisten gemeen, dat zij, als het er op aan gaat komen, zich niet weerloos laten wegduwen. Zij kwamen tot zelfonderzoek en begonnen te begrijpen, dat de oorzaak der malaise niet alleen buiten hen, maar ook in eigen boezem moest gezocht worden. Hoe langer hoe meer kwamen er uit den middenstand mannen naar voren, die met

7

Sluiten