Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied gevoerd wordt, tegen de excessen, die tot onderdrukking en misbruik van macht leiden.

We hebben trachten aan te toonen, dat het heele volk bij een gezonden middenstand belang heeft. En nu die middenstand zelf de handen uit de mouw steekt en door organisatie en aanwending van de tallooze middelen, die de moderne ontwikkeling biedt, voor zich een plaats handhaaft in het groote productieproces, heeft de Overheid zeer zeker na te gaan of ook zij de behulpzame hand kan bieden om een gezonden groei te bevorderen.

De tijd van d'e absolute staatsonthouding is voorbij. Wel gaat de maatschappelijke orde logisch vóór de staatsorde, en is de Overheid ingesteld om der zonde wil, zoodat zij ten aanzien van de op maatschappelijk gebied te treffen maatregelen slechts aanvullend heeft op te treden. Zijn de maatschappelijke krachten sterk genoeg om bepaalde maatschappelijke oogmerken en doeleinden te verwezenlijken, dan heeft de Overheid geen andere taak dan het recht te handhaven. Maar schieten zij te kort, dan ligt het op haar weg in het belang des volks hulp te bieden.

Daarbij volge zij het spoor, dat de vrij opgekomen middenstandsorganisatie aanwijst.

Deze organisatie heeft ten doel om de verhoudingen in den middenstand zelf te verbeteren, onedele concurrentie te bestrijden, het middenstandscrediet te versterken, maatregelen van gemeenschappelijk nut te treffen en den stand als zoodanig tot hoogere ontwikkeling te brengen.

fDe middenstandsorganisatie heeft onmiddellijk begrepen het groote nut van de bestrijding der warenvervalsching. Deze warenvervalsching nam in sommige tijden een zeer grooten om van aan, en bracht den naam van den middenstand in discrediet. Het is een van de voornaamste eischen, welke aan den kleinen industrieel, den winkelier en koopman mag worden gesteld, dat hij, voor zooverre van hem afhangt, goede waar levert, waarvoor hij instaat.

Het spreekt echter vanzelf, dat zoolang de middenstandsorganisatie niet algemeen is, en er 'nog zeer velen worden gevonden, die op eigen beenen blijven staan, de stand als zoodanig niet veel meer kan doen dan door bewerking van de publieke opinie het euvel der warenvervalsching tegen te gaan.

De Overheid, die ten deze natuurlijk ook, en zelfs in de eerste plaats, te rekenen heeft met de belangen van den consument, heeft tegen warenvervalsching niet alleen door strafbepalingen, maar ook door het oprichten van keuringsbureau! en proefstations maatregelen getroffen. Vooral de keuringsdienst is er een van hoog gewicht. Deze is thans gedeeltelijk Rijksen gedeeltelijk Gemeentezaak. Het belang van den middenstand eischt, dat deze dienst over heel het land wordt uitgebreid en dat, in overleg met de organisaties, streng tegen elke vervalsching wordt opgetreden. Hier heeft men met een materie te doen, waarin de Overheid zeer veel kan bereiken, veel meer dan op het gebied van de bestrijding der onedele concurrentie. Het is toe te juichen, dat daartegen nu eindelijk een strafbepaling in ons Wetboek is opgenomen en dat de jurisprudentie van den Hoogen Raad

Sluiten