Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door zijn arrest van 31 Januari 1919 eens betere richting ingeslagen heeft, maar daarmede is men er niet. Wat uitkomst bieden kan is alleen een voortgaande organisatie, waarin de verantwoordelijkheid der individueele leden sterk wordt gevoeld, en wier bestuur met kracht en tact de bijna altijd zeer netelige kwesties der onedele concurrentie behandelt.

Van grooter gewicht nog is het streven van den middenstand om het credietvraagstuk en wat daarmede samenhangt zoo goed mogelijk op te lossen. Geldelijke afhankelijkheid drukt neer. Vele levensvatbare zaken hebben lang gekwijnd, omdat hun eigenaar eenerzijde met groote sommen onder de menschen zat en anderzijds in het krijt stond bij zijn leveranciers. Het dunkt ons een zaak van groot gewicht, dat het geven van lange credieten radicaal wordt afgeschaft en dat geen winkelier op langer termijn dan een maand levert.

Het vraagstuk van het ciediet heeft echter — wij zinspeelden daar reeds eerder op — nog een andere zijde. Het is in 't algemeen wenschelijk, dat ook de minder bemiddelde middenstander niet afhankelijk is van zijn leverancier. In de laatste jaren zijn door onderscheidene middenstandsorganisaties tal van voorschotbanken opgericht, die met het geld van den middenstand werken. Dit verschijnsel valt zeer toe te juichen, omdat het gevaar dreigt, bij de concentreering van het bankwezen, dat de middenstand op een andere manier dan vroeger, geheel afhankelijk wordt van de grootkapitalisten. De rol, die de banken spelen in het economisch leven, ook van ons volk. is in de laatste jaren geheel gewijzigd. Zij zijn het feitelijk, die allen handel, en ook hoe langer hoe meer den kleinhandel, financieren. Daarmede verrichten zij ongetwijfeld een nuttigen arbeid en bieden zij aan het economisch verkeer een grooten steun. Maar nu de groote banken langzaam maar zeker tot samensmelting komen, gaan zij op den duur in den staat een macht vormen, die te groot is. Van macht wordt altijd weer misbruik gemaakt. En dit klemt te meer, omdat de groote bank-concentratie* niet alleen met nationaal, maar ook met vreemd kapitaal werken.

Het is daartegenover zeer juist gezien van den middenstand, dat hij zich in coöperatieven of vennootschappelijken vorm zelf in staat heeft gesteld een deel van de taak der groote banken over te nemen en het rouleerend kapitaal zooveel mogelijk zelf ter beschikking te houden en zelf te financieren.

Uit den aard der zaak kan de Overheid op dit gebied rechtstreeks niet veol doen. Preventieve maatregelen tegen de gevaren van het groote bankbedrijf, waarop wij zooeven wezen, hebben ook hun bezwaren. Het dunkt ons allermeest gewenscht, dat het volk zelf van het bestaan dier gevaren doordrongen is en zich er zoo veel mogelijk tegen wapent.

Een van de middelen nu is de middenstandscredietbank. En het pleitte voor het inzicht van Minister Talma, dat onder zijn bewind voor de oprichtingskosten dier banken gelden van Eegeeringswege werden beschikbaar gesteld, teneinde de stichting ervan aan te moedigen. Veel meer kan o.i. de Overheid op dit gebied vooralsnog niet verrichten. Wel bestaat de mogelijkheid dat in later tijd bepaalde practische maatregelen van de

Sluiten