Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer kans, dat er een algeheele herziening van de Onderwijswetgeving komt, waarbij aan bet hooger en lager technisch onderwijs de plaats wordt aangewezen, welke, ook in het belang van den middenstand, het toekomt.

Bij de punten, welke wij zooeven hebben behandeld, is bet gebleken, dat de organisaties van den middenstand reeds een rol van beteekenis spelen.

Aan die organisatie zelve dient thans in verband met de roeping der Overheid een enkel woord gewijd.

Men kan daarbij onderscheid maken tusschen de stands- en de vakorganisaties. De eerste dragen een generaal karakter en beoogen de belangen van den middenstand in 't algemeen, de laatstgenoemde dragen een speciaal karakter, en beoogen de belangen van vakgenooten te bevorderen. De toetreding tot deze organisaties ia geheel vrijwillig en het is nog altijd slechts een klein gedeelte van den middenstand, dat er deel in heeft. Naarmate echter het gevoel van saamhoorigheid groeit, en de organisatorische gedachte meer veld wint, zullen ook deze organisaties toenemen in beteekenis en hoe langer hoe meer leden gaan tellen.

Naar onze meening is in de toekomst nog een groote taak voor deze vereenigingen weggelegd. Hoe langer hoe meer toch blijkt het ongewenscht, dat de Overheid geheel zelfstandig allerlei maatregelen treft, welke voor de verschillende maatschappelijke groepen in 't leven worden geroepen. Zeer sterk komt dit uit op het gebied van den Arbeid. Door het inmengen van de politiek in de sociale wetgeving, is deze feitelijk jaren lang in hare ontwikkeling tegengehouden. En men zal er toe moeten komen om niet langer van boven af allerlei regelingen aan het leven op te leggen, maar aan dat leven zelf te vragen regelingen te ontwerpen, die daarna de sanctie der Overheid kunnen verkrijgen.

Daartoe is het noodig, dat aan het georganiseerde leven van de groote groepen der samenleving een publiekrechtelijk karakter worde toegekend en het schijnt ons toe, dat het einddoel behoort te wezen om al wat daarop betrekking heeft op den duur onder te brengen onder een departement voor sociale en economische aangelegenheden. De drie factoren in het productieproces, de arbeid, de middenstand en het kapitaal zijn zoo nauw met elkander verbonden en loopen op de grenzen ook zoodanig ineen, dat heel dat rijk gevariëerde leven uit één gezichtspunt behoort te worden bezien.

De gezonde gedachte moet gepropageerd worden, dat de Overheid, die een politiek karakter draagt, steeds meer tot de maatschappij zelve kome, om van haar het licht te ontvangen, dat zij bij baar bemoeiingen met het bedfijfs- en zakenleven noodig heeft, en voorts, dat zq de bevoegdheid aan de door de belanghebbende groepen zelf aangewezen organen toekent om bindende regelen en voorschriften te ontwerpen en onder haar hoogere sanctie uit te vaardigen.

Zonder twijfel doen zich bij de beantwoording der vraag, hoe het publiekrechtelijk karakter der middenstandsorganisatie erkend en wettelijk geregeld dient te worden, zeer groote moeilijkheden voor.

Sluiten