Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ia vóór alle dingen noodig, dat de organisatie zelve zoo uitgebreid mogelijk zij, aangezien het niet zou aangaan een publiekrechtelijk karakter toe te kennen aan een organisatie, die slechts een klein deel der belanghebbenden omvat. Indien echter het aantal georganiseerden steeds grooter wordt en de niet-georganiseerden een uitzondering gaan vormen, breekt voor de Overheid de tijd aan, om haar wetgeving in den bovenaangegeven zin te wijzigen. Daarbij zal het niet anders kunnen, of het verplicht lidmaatschap zal moeten worden ingevoerd. Maar met dit verplicht lidmaatschap hangt de onverbiddelijke eisch samen, dat de organisatie alzoo zij ingericht, dat ieder zonder gewetensbezwaar er deel van kan uitmaken. Dit nu zal nooit te bereiken znn dan door rekening te houden met het feit, dat Nederland een in ethisch en religieus opzicht zeer gemengde bevolking heeft. In de publiekrechtelijke organisatie moet dan ook plaats zijn voor vertegenwoordiging van de onderscheidene richtingen, die men in het leven ook van den middenstand aantreft.

Dat de Overheid zich ernstig ga zetten om dit vraagstuk in overweging te nemen, is reeds bij de huidige ontwikkeling eeni eisch, die gesteld mag worden. Er zijn toch reeds bedrijven — we denken aan het drukkersbedrijf — die zoodanig zijn georganiseerd, dat er feitelijk het verplichte lidmaatschap bestaat. Maar dit is er nu zonder wettelijke regeling en brengt dan ook niet geringe gevaren mede. Deze gevaren betreffen de gewetensvrijheid der individuen, de onderlinge verhoudingen, die strafmaatregelen, het collectief contract en de positie der consumenten. De gewetensvrijheid dient van Overheidswege gewaarborgd te worden. En het schijnt ons toe, dat dit juist bij een officiëele wettelijke erkenning en bevoegdverklaring der organisaties, zeer gemakkelijk kan. Bij een goede regeling dezer materie zal het zelden voorkomen, dat iemand om des gewetens wil weigert lid eener organisatie te zijn. Maar doet zich dit geval voor, en kan aan den ernst van den bezwaarde niet getwijfeld worden, dan moet hij, al zullen uit te vaardigen besluiten ook door hem in zijn bedrijf geëerbiedigd behooren te worden, persoonlijk zijn vrijheid om buiten de organisatie te blijven staan, behouden.

Niet minder streng dient gewaakt te worden tegen misbruik van macht, waardoor een minderheid zou worden onderdrukt. Natuurlijk zal het wel altijd zoo blijven), dat besluiten ten slotte door een meerderheid genomen moeten worden en dat de minderheid er zich aan zal hebben te onderwerpen. Dit behoeft allerminst op onderdrukking uit te loopen. Maar het is ook mogelijk, dat de meerderheid misbruik maakt van haar positie. Daarom zal er bij publiekrechtelijk erkende organisaties bteeds een recht van appèl moeten zijn, waarbij zooveel mogelijk publiek de bezwaren dergenen, die zich miskend of achteruitgesteld achten, kunnen worden onderzocht door onpartijdigen. Wij zeggen: zooveel mogelijk publiek, opdat de openbare meening er zich mee kunne bemoeien en de waarborgen voor een goede rechtspraak verstérkt worden.

Alleen wanneer de publiekrechtelijk erkende organisatie van arbeiders en middenstanders er is, zal het collectief contract tot volle ontplooiing

Sluiten