Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

Langen tijd is het op de spits gedreven individualisme de grootste fout der middenstanders geweest. Gevolg daarvan was achterlijkheid, onedels concurrentie, een vernederend beroep op publiek en Overheid, gemis aan eenigszins beduidende organisatie.

VII.

Door gebrek aan organisatie werden vele middenstanders financieel afhankelijk van hun leveranciers en van hun clientèle, en door gemis van kraohtig optreden werd de publieke opinie ongunstig gestemd.

vm.

Eindelijk kwam de middenstand tot organisatie en zelfonderzoek, onder leiding van mannen, wier inspanning om het taaie individualisme te bestrijden, niet hoog genoeg kan worden gewaardeerd.

LX.

Thans komt ook de middenstand tot de Overheid met de vraag, of zq, bij de oplossing van enkele kwesties, waarbij het particulier initiatief te kort schiet, de behulpzame hand wil bieden. Hij doet dit niet langer als een zwakke, uitstervende klasse, maar als een stand, die in het economisch leven een belangrijke rol speelt en overtuigd is ook in de toekomst met efzonderhulp der Overheid een belangrijke rol te zullen spelen.

X.

Onder deze omstandigheden mag de Overheid zich niet onverschillig toonen. Immers, afgescheiden van zijn productieve praestaties, speelt de middenstand een rol, die waardeering verdient, en van beteekenis is ook voor het religieuse en ethische leven onzes volks. Hij verzacht ook de schrille tegenstelling van groot-kapitalisten en arbeiders en neemt voortdurend vele arbeiders en arbeiderskinderen in zich op.

XL

In de bestaande wetgeving (men denke aan het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) zijn reeds van ouds vele regelingen getroffen, die in het bijzonder aan den middenstand ten goede komen. Deze wetgeving is echter niet meer op de hoogte van haar tijd. Het schijnt o.m. gewenscht, dat de Overheid, naast juristen, ook aan bekwame kooplieden een plaats geeft onder de rechters die handelszaken te berechten hebben.

XII.

Met betrekking tot speciale maatregelen, die de Overheid met het oog op den middenstand behoort te treffen, moet deze zich laten leiden door het motief: bevordering van het algemeen welzijn, het publiek belang.

Sluiten