Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Standsbevoorrechting is uit den booze, kweekt verbittering en is feitelijk revolutionair.

XIII.

Ten aanzien van de nieuw opkomende vormen van productie (waaronder ook de distributie worde begrepen) heeft de Overheid een strikt neutraal standpunt in te nemen. Zij toone geen voorliefde, hetzij voor het grootbedrijf, hetzij voor het kleinbedrijf, hetzij voor de coöperatie, hetzij voor den detailhandel. Daarin oordeele de vrije maatschappij. De Overheid wake tegen excessen, die tot onderdrukking en misbruik van macht leiden.

XIV.

De maatschappelijke orde gaat vóór de staatsorde. Zijn de maatschappelijke krachten sterk genoeg om bepaalde maatschappelijke oogmerken te verwezenlijken, dan heeft de Overheid geen andere taak dan het recht te handhaven. Schieten deze krachten te kort, dan ligt het op haar weg in het belang des volks hulp te bieden. Zij volge daarbij op dit gebied het spoor, dat de middenstandsorganisatie aanwijst.

XV.

De Overheid bestrijde krachtig de warenvervalsching door strafbepalingen, oprichting van proefstations en keuringsdiensten, en breide deze diensten over 't geheele land uit.

Op dit gebied kan de Overheid meer bereiken, dan op dat der bestrijding van onedele concurrentie. Hoewel de daartegen ingevoerde strafbepaling valt toe te juichen en de op 31 Jan. 1919 gewijzigde jurisprudentie van den Hoogen Eaad hoopvol stemt, kan toch alleen een voortgaande organisatie der middenstanders zelf op den duur uitkomst bieden.

XVI.

De Overheid heeft een roeping ten aanzien van het crediet-vraagstuk. Veel kan zij voorloopig op dit gebied nog niet doen. Maar mede in Verband miet de concentreering van het groot-kapitalistisch bankwezen, kan zq, door beschikbaarstelling van gelden voor oprichtingskosten, de oprichting van coöperatieve- of vennootschappelijke middenstandscredietbanken bevorderen.

XVII.

Op het gebied van het handels- en vakonderwijs steune de Overheid zooveel mogelijk het particulier initiatief der middenstandsorganisaties. Zij kan ook zelve scholen en cursussen oprichten, maar door steun aan het particulier initiatief wordt het contact van het onderwijs met de practijk behouden en blijft de belangstelling der middenstanders zelf levendig.

Liefst regele zij deze materie zoo spoedig mogelijk bij afzonderlijke wet.

xvni.

Het blijkt hoe langer hoe meer ongewenscht dat de Overheid geheel

Sluiten