Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedachtenwisseling.

Aangezien Prof. Diepenhorst elders presideert, is in deze vergadering voorzitter Prof. Slotemaker de Bruine, die vraagt of de referent zijn referaat nog nader wil toelichten. Daar dit niet het geval is, kan nadat de debaters zich hebben opgegeven en de tijd is verdeeld, dadelijk het woord aan de debaters worden verleend.

Eerste spreker is P ro f. M r . A. An e m a (Amsterdam) die zich, verheugt dat er, blijkens de opkomst in deze vergadering, veel belangstelling is voor den middenstand. Dat spreekt van grooten vooruitgang. Spr. meent echter min of meer te moeten waarschuwen. De middenstandsbeweging is uit het buitenland naar ons overgekomen, maar in verschillende landen is de middenmoot, waarom het bij den middenstand gaat, zeer verschillend van aard. In verband daarmede heeft Spr. zich afgevraagd, of we wel moeten spreken van een afzonderlijke middenstandsbeweging. Oude vormen van middenstand verdwijnen, maar nieuwe komen op. Men kan nauwelijks definieeren wat de middenstand is. Er zijn zelfs haast geen boeken meer zooals vroeger, speciaal over den middenstand. Is het niet beter, zonder een speciale middenstandsbeweging en een speciale middenstandsorganisatie in alle soorten van bedrijven te zorgenvoor steun aan de kleine en middelgroote bedrijven, opdat deze niet ondergaan, maar in hun bestaan gesterkt worden?

De heer H. J. de Groot (Den Haag) is erdoor getroffen, dat bij het onderzoek naar den middenstand steeds ervan gewaagd is, ttat het onderwijs de ruggegraat van den middenstand is. Ho betreurt het dat de referent slechts heel terloops van het vakonderwijs eewaa-t. ïn „Patrimonium" heeft Spr. eens tegen tal van debaters het nut van het vakonderwijs moeten verdedigen. Thans is die geringschatting veelszins verdwenen. Eigenaardig is ook, dat de middenstand zelf niet steeds inzag, wat voor een goed vakonderwijs noodig is. Anderen hebben hun hulp erbij moeten verleenen. Naast middenstanders beeft men in de besturen van innchtingen van vakonderwijs ook noodig mannen, die een breederen kijk op het maatschappelijk leven hebben dan in het ^^.J«jL^% standers is te vinden. Voor organisatie en administratie is dat dringend .noodig.

De heer J. Kaajan Jr. (Groningen) vraagt, hoe het moet, wanneer de overheid zelf er aan schuld draagt, dat de zeewaardigheid van schepen te niet gaat; moeten die schepen dan ook uit de nationale vaS verdwijnen? Hij juicht het toe, dat de referent de middenstandscredietbanken verdedigd heeft, maar vraagt, of de referent weet dat er in het geheim een aanslag op haar zelfstandigheid wordt beraamd. Voorts voelt Spr. niet veel voor den tusschenschakel van middenstandskamers tusschen middenstand en regeering; hij voelt meer voor rechtstreeks contact en overleg.

De heer K. M e i m a (Sneek) zegt er den referent dank voor, (lat deze zoo uitstekend heeft weergegeven wat .er in den middenstand leeft. Hii wenscht er intusschen de aandacht op te vestigen, dat de middenstandïs vier dingen goed beseffen moeten. Zij moeten beter leeren

Sluiten