Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te voltooien, opdat hij gereed zij ala de Overheid komt met haar maat regelen, ten aanzien waarvan aan de organisatie een taak toegedacht ia.

Nadat 5 minuten gepauzeerd is en gezongen is

GEZANG 2 : 1. Den hoogen God alleen zy eer! Elk kniel' voor hem aanbiddend neer!

Elk moet Hem dank bewijzen! Ja Hem, die ons zoo eindloos goed Verzorgt, en in gevaar behoedt

Moet al het schepsel prijzen. Heft aan, heft aan, roemt Zyn gena'! Hij sloeg ons mededoogend ga',

Htj schonk ons Zyn bescherming. Zingt dan den hoogen God ter eer! Aanbidt Hem! buigt u dankend neer!

Loof God! looft Zijn ontferming!

is het woord aan Prof. Anema voor een correctie. Spr. wil den indruk wegnemen als zou hij de middenstandsbeweging willen verzwakken Neen, hij wil haar juist versterkt zien. Zij heeft een toekomat. Wij moeten haar krachtig en goed maken. Maar als het aankomt op organisatie, kan men wel een tamelijk strenge afacheiding om de arbeiders wereldtrekken, doch ia het geheel onmogelijk ten aanzien van den middenatand naar boven een grena te trekken. Daarom heeft apr het waarachijnlijk beter genoemd, de bedrijven te organiaeeren en daarbinnen het kleine en gemiddelde te ateunen. Spr. dringt daarom juist aan op een goede organiaatie. De Staat kan niets meer doen dan ruim baan maken voor het initiatief en de energie van den middenatand. Maar de middenatand zelf moet zijn bloei acheppen: dan alleen is haar bestaan verzekerd. Daartoe moeten dan echter de middenstanders elkaar niet beschouwen als eikaars vijanden

Het woord wordt, met toestemming der vergadering, nog even gevoerd door den heer M. A. Hof f mans (Arnhem). Deze, stelling XI besprekende, betreurt het, dat de rechter zelden gebruik maakt van de medewerking van den koopman als curator in faillissementen. My vraagt of er geen macht ia om de rechtbanken te noodzaken van haar bevoegdheid gebruik te maken.

Mr. de Wilde, thana het woord verkrijgende, conatateert, dat tegen zyn referaat geen bezwaren van principiƫelen aard zijn ingebracht. Hy mag dua aannemen, dat we als Christenen ook ten deze in de hoofdzaken met elkaar eens geestes te zijn. Vast staat onder ons dan, dat de middenstand een productief karakter draagt. Daarmede hangt samen, dat de middenstand niet is een uitstervende klasse. In de derde plaats constateert hij, dat zelfs door de juristen geen bezwaar gemaakt is tegen kooplieden in de rechtbanken. Spr. stelt zich dat zoo voor, dat we bij de rechtbanken krijgen handelskamers onder voorzitterschap van juristen, maar voorts met kooplieden, op welker benoeming de middenstandsorganisatie invloed kan uitoefenen. Ten slotte constateert Spr., dat geen bezwaar is gemaakt tegen zyn denkbeelden ter zake van de maatschappelijke orde, die gaat voor de staatsorde; ter zake van de gewenschte publiekrechte-

Sluiten