Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achteruit, deels doordien bouwland in grasland werd omgezet, doch bovenal door het meer op den voorgrond treden van de teelt van suikerbieten, aardappelen en verschillende handelsgewassen. Voorts werd de zelf verbouwde rogge voor veevoeder gebruikt, terwijl zich naast den landbouw de tuinbouw sterk ontwikkelde. Een en ander leidde er toe, dat bij het begin van den oorlog wij dezen toestand hadden.

Ons broodgraan moesten wij voor een aanzienlijk deel uit het buitenland krijgen. Een groot deel van onze eigen bodemproductie moest in den vorm van vleesch, boter, kaas, eieren, tuinbouwproducten in het buitenland worden afgezet.

De oorzaken, die tot dezen toestand leidden, waren verschillende:

lo. de eigenaardige gesteldheid van onzen bodem en ons klimaat, waardoor ons land bijzonder geschikt is voor' weide- en tuinbouw;

2o. de zich ontwikkelende verbruiksgebieden in de nabijheid van ons land; inzonderheid zijn in deze te noemen Engeland, België en Duitschland met hunne sterk toenemende stedelijke en industrieels bevolking;

3o. het hier te lande steeds gehuldigde vrijhandelsstelsel.

Van dezen toestand' had het groote publiek hier te lande, dat ver van den landbouw en alles wat daarmede verband houdt, staat, zich nimmer voldoende rekenschap gegeven. Plotseling werd het in den zomer van 1914 echter wakker geschud toen het vernam, dat wat wij hier aan voedsel noodig hadden, voor een groot deel uit het buitenland moest komen en dat, wat wij hier voortbrachten, slechts voor een deel te gebruiken was en voor een zeer groot deel in het buitenland moest worden afgezet.

In de eerste dagen van den oorlog was zoowel de invoer als de uitvoer onmogelijk. Boter en eieren waren spotgoedkoop, maar graan kwam er niet en de broodvoorziening — dit kon ieder gemakkelijk nacijferen — was slechts voor enkele maanden verzekerd. Bovendien dreef onze veehouderij,, speciaal de varkensmesterij, voor een groot deel op den aanvoer van buitenlandsch graan. Wij liepen dus, zoo het scheen, aan alle kanten vast.

Gelukkig viel het nogal mee. Nadat de legers hun vasten loop haddten genomen, kwam er groote vraag naar onze producten uit de oorlogvoerende landen, terwijl de aanvoer van broodgraan en maïs voor veevoeder spoedig kon worden hervat. De hooge prijzen, die onze producten, speciaal voor uitvoer naar Duitschland, konden opbrengen, dreef onze landbouwproductie nog meer in de richting van export. De aanvoer van veevoeder was in de eerste jaren van den oorlog grooter dan ooit te voren.

Hetzelfde geldt van onzen export van varkensvleesch, boter, kaas en eieren. Door den export dienstbaar te maken aan de binnenlandsche voorziening tegen lage prijzen, kwam hij ook den consument ten goede.

Dit alles veranderde echter, toen de Geassociëerden een stelsel van rantsoeneering op ons land gingen toepassen en nog meer, toen Amerika aan den oorlog deelnam, waardoor onze aanvoer van broodgraan, vee-

Sluiten