Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeder en ook van sommige kunstmeststoffen zoo goed als stop werd gezet.

Alle tarwe en rogge, die wij verbouwden, moest toen worden gebruikt voor de broodvoorziening. Vermengd met aardappelmeel, erwtenmeel, ja zelfs lijnkoek, was er nog nauwelijks genoeg om de helft van het normale rantsoen te verstrekken. Terwijl vroeger groote hoeveelheden voedergraan en koeken etc. uit het buitenland werden aangevoerd, moest nu zelfs het zelf verbouwde graan aan het vee worden onthouden.

Onze varkens- en pluimveestapel ging in korten tijd sterk achteruit. Met den rundveestapel was dit wel nitt in die mate het geval, maar in den winter kon nauwelijks onderhoudsvoer worden verstrekt, zoodat, terwijl wij vroeger groote hoeveelheden dierlijke producten uitvoerden, er thans op verre na niet genoeg was om ook maar een zeer matig melk-, boter-, kaas- en vleeschrantsoen te verstrekken.

Ons geheele landbouwsysteem moest plotseling worden omgezet, wat nog te moeilijker was, wijl ook de aanvoer van meststoffen werd gestaakt of althans sterk verminderde. Vooral op de lichtere gronden werd het bemestingsvraagstuk zeer nijpend en wat het einde had moeten zijn, indien dc oorlog nog langer had geduurd, is niet moeilijk te raden: uitputting van den bodem en als gevolg daarvan halve oogsten met steeds toenemend voedsel-tekort.

Gelukkig mag men hopen, dat het ergste thans is geleden. Langzamerhand treedt beterschap in, al zal het nog lang kunnen duren voor alles weer ten naasten bij zijn ouden gang gaat.

n.

De vraag doet zich nu op: waar gaat het met onzen landbouw in de toekomst heen?

Het antwoord, dat op deze vraag moet worden gegeven, staat in nauw verband met de houding, welke de Overheid voortaan ten aanzien van den landbouw zal aannemen. Men kan zich daarbij op tweeërlei standpunt stellen, n.1.:

Ie. dat de landbouw zijne bedrijfsvrijheid niet weer terug krijgt, en 2e. dat dit wel plaats heeft.

Er zijn er, die wenschen dat aan de Overheid, nog meer dan in de oorlogsjaren het geval was, de directe leiding van de productie en van de distributie in handen wordt gegeven. Ten einde een ■ inzicht te krijgen in de wijze, waarop men zich de werkzaamheid van de Overheid in deze voorstelt, moge o.m. worden verwezen naar het praeadvies, door den heer W i b a u t voor de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en Statistiek samengesteld en naar eene door hem in October 1918 gehouden voordracht ter vergadering van het Democratisch Genootschap te Amsterdam.

Als beginsel staat daarbij voorop, dat onze landbouw in de eerste plaats moet worden dienstbaar gemaakt aan de voedselvoorziening van eigen land. De heer W i b a u t maakt er den landbouw als het ware een verwijt van,

Sluiten