Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rraag naar dierlijke producten in deze langs natuurlijken weg de noodige beperking tot stand brengen.

Wat de vrachten betreft is het vrij zeker, dat deze in de periode, waarvan hier gesproken wordt, nog hoog zullen blijven. In de eerste plaats tengevolge van het gebrek aan scheepsruimte in verband met de groote vraag en in de tweede plaats door de hoogere arbeidsloonen, die in het scheepvaartbedrijf zullen moeten worden uitgekeerd.

Als eenmaal het geheele economische leven zich weder heeft hersteld, de Europeesche landen hun landbouwproductiexweer op den voei van voor den oorlog hebben gebracht, de legers naar hunne haardsteden zijn teruggekeerd en de door den oorlog opgeteerde voorraden, voor zoover zulks met het oog op den wereldvoorraad mogelijk is, zijn aangevuld, dan breekt eene tweede periode aan.

De productie van graan is weder op behoorlijk peil gebracht. Hoe zal het dan echter staan met het verbruik?

Hierbij komt eene belangrijke zaak naar voren, waarop de aandacht moet worden gevestigd.

De oorlog heeft ten gevolge gehad eene geweldige verarming der menschheid speciaal in Europa. Over 't algemeen geeft men zich daarvan nog geen voldoende rekenschap. Men verkeert in den waan, dat dit gebrek en de daaruit voortspruitende duurte in de eerste plaats door loonsen salarisverhooging kan te niet worden gedaan.

Het is te hopen, dat men spoedig van dien ijdelen waan wordt genezen en gaat beseffen, dat meer arbeid en grooter zuinigheid dc eenige middelen zijn, waardoor de gevolgen van den oorlog kunnen worden bestreden. Wil men daarbij eene betere verdeeling van den te verrichten arbeid en van de totale verteringen over de verschillende leden der Maatschappij, deze is toe te juichen, mits maar wordt gezorgd, dat in totaal meer wordt geproduceerd en minder wordt verteerd dan vóór den oorlog. In de eerstvolgende jaren toch zal een belangrijk deel van den menschelijken arbeid moeten worden aangewend tot herstel van alles, wat in den oorlog is vernield niet alleen, maar ook van wat door het achterwege blijven van het onderhoud is versleten. Het gevolg daarvan zal zijn, dat zoo zuinig mogelijk moet worden geleefd. Een enkel cijfer moge de noodzakelijkheid daarvan toelichten. In een Duitsch tijdschrift heeft kort geleden eene becijfering gestaan van wat in Duitschland zou moeten worden opgebracht ter betaling van rente en een matige aflossing van de oorlogsleeningen plus het kapitaal, noodig om de bij de wapenstilstandsvoorwaarden door de Gealliëerden te eischen schadevergoedingen te betalen. Men kwam daarbij tot epn bedrag van 300 Mark per inwoner jaarlijks of 1500 Mark voor een gezin van 5 personen. Nu wordt door WalterRathenau in zijn bekend boek ,,Von kommenden Dingen" het gemiddeld inkomen van een gezin in Duitschland vóór den oorlog geraamd op 3000 Mark per jaar. De helft van dat inkomen zou dus moeten worden besteed aan het betalen alleen der genoemde rente. Nu is het waar, dat tengevolge van de daling van de waarde van het geld het gemiddeld inkomen thans vermoedelijk belangrijk:

Sluiten