Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooger dan 3000 Mark moet worden gesteld. Aan den anderen kant moet echter worden bedacht, dat er ook nog geld moet zijn voor de pensioenen voor gewonden en nagelaten betrekkingen van gesneuvelden, voor de aanvullingen der voorraden en voor de herstellingen aan gebouwen, spoorwegen, machines enz. in eigen land. Wat hier voor Duitschland geldt, geldt ook voor de andere centrale rijken, ook voor R u s 1 a n d en voor een deel ook nog voor de landen der Entente. Men moet hiervan iets gezien hebben om zich een denkbeeld te kunnen vormen van de ontzettende sommen, die voor het doel noodig zullen zijn.

Men kan er zich dus niet genoeg van doordringen, dat na den vrede groote zuinigheid zal moeten worden betracht. Dit zal vermoedelijk ten gevolge hebben een sterk verminderd gebruik van dierlijke voedingsmiddelen. We zien toch overal, dat menschen met zeer beperkt inkomen zich ^hoofdzakelijk met plantaardig voedsel tevreden stellen. Zeer terecht. Door het graan niet in den vorm van brood of andere meelspijs te nuttigen, maar het eerst om te zetten in vleesch, melk of eieren, verliest men meer dan de helft der voedingswaarde.

Wanneer nu inderdaad eene groote inkrimping van het verbruik van dierlijke producten voor de deur mocht staan — en ook de achteruitgang van den veestapel in E u r o p a geeft recht tot dit vermoeden — dan zou daardoor zooveel graan vrij komen, dat zelfs bij verminderde productie er graan in oveivloed zou zijn, wat natuurlijk niet zou nalaten zijn invloed op de prijzen te doen gevoelen.

Wat de vrachten betreft, is het voort3 zeer de vraag of, als eenmaal de oorlog is geliquideerd, er wel zooveel vraag naar scheepsruimte zal bestaan als vóór 1914 en ook of de hooge loonen zullen zijn te handhaven, wanneer er minder vraag is naar arbeiders.

Er zijn schrijvers, die eene geweldige opleving van het economische leven verwachten. Dat die verwachtingen zullen uitkomen is allerminst zeker. De geweldige kapitaalverspilling, welke heeft plaats gehad, alsmede de te verwachten strubbelingen op de arbeidsmarkt, zullen zoo'n remmenden invloed uitoefenen, dat men goed zal doen, zich geen al te groote illusies te maken omtrent de economische opleving na den oorlog. Blijft die uit, dan is het de vraag, of de beschikbare tonnenmaat — we spreken hier niet over de eerstvolgende maanden, maar over de periode, die daarop

volgt niet ruim voldoende zal blijken te zijn en of de vrachten dan hoog

zullen kunnen blijven.

En thans de industrialiseering der graan-exporteerende landen en de invloed daarvan, op de graanprijzen. Het betreft hier eene belangrijke quaestie waaraan helaas niet voldoende wordt gedacht.

Nederland, en hetzelfde geldt van de meeste West-Europeesche landen, steunt, wat zijne levensmiddelenvoorziening betreft, voor een belangrijk deel op den landbouw in opkomende landbouwstaten en in de koloniën.

Europa ontvangt van die landen landbouwproducten en grondstoffen en betaalt ze met industrieproducten. Naarmate echter de landen van overzee door toenemende bevolking en meer beschikbaar kapitaal hun zelf

Sluiten