Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlog groote moeilijkheden ondervinden.1) Komen daar dan bij betrekkelijk hooge prijzen van bet krachtvoer, dan ziet het er voor sommige takken van veehouderij, speciaal de varkensmesterij en de pluimveehouderij, niet te best uit.

Wat de rundveehouderij betreft, kan men, zooals men in de twee laatste jaren reeds heeft moeten doen, weer tot het oude gebruik terugkeeren, om 's winters op stal weinig te melken en te mesten. Men heeft dan weinig krachtvoer noodig. De productie heeft plaats in den weidetijd, terwijl 's winters hoofdzakelijk slechts hooi als onderhoudsvoeder wordt verstrekt.

Met mest en krachtvoer zijn dé voornaamste grondstoffen genoemd. Echter niet alle. De oorlog heeft ons helder bewust doen worden, hoe verbazend groot het aantal grondstoffen is en welk een invloed eene aanzienlijke stijging van de prijzen van al die grondstoffen heeft op het totaal der productiekosten. Om nog een punt te noemen, hoe sterk is niet de stijging der polderlasten tengevolge van de rijzing der kolenprijzen voor de stoombemaling geweest?.

Ten slotte iets over de arbeidsloonen. Deze zijn in de oorlogsjaren in verband met de prijzen der producten enorm gestegen. Zoolang de prijzen hoog blijven, levert dit weinig bezwaar op. Anders wordt het, wanneer de financiëele resultaten van het bedrijf teruggaan. De loonen zullen dan ook weer moeten dalen. De arbeiders zullen zich daartegen verzetten, waarvan het gevolg zal zijn meer werkloosheid en minder intensieve cultuur. De landbouwers zullen op loon zooveel mogelijk bezuinigen, waardoor die takken van voortbrenging, welke weinig arbeid eischen, op den voorgrond en die, welke veel arbeidskracht vorderen, op den achtergrond zullen geraken.

Nu zal men kunnen beweren, dat de loonen overal zullen stijgen, zoodat de productenprijzen over de geheele wereld wel hoog moeten zijn.

Inderdaad is niet te ontkennen, dat, onder den drang der arbeiders, de Geassociëerden bjj hunne maatregelen ook rekening houden met loonstijging, zoowel in den landbouw als bij de vrachtvaart en de prijzen baseeren op die hooge loonen.

Hierbij doen zich twee vragen voor. In de eerste plaats deze, of de arbeiders van die hooge loonen dan wel profiteeren. En eene andere vraag is, of, zoo het vrije ruilverkeer is hersteld, de hooge prijzen zich zullen kunnen handhaven en of het heele stelsel niet zal leiden tot een crisis.

Eindelijk nog een enkel woord over de belastingen. De groote sommen, die zoowel door den Staat als door de gemeenten zijn geleend, zoowel als de verhooging der loonen en salarissen in overheidsdienst, alsmede het voortdurend toenemen van de overheidszorg, doen de belastingen enorm stijgen. Zoolang de productenprijzen hoog blijven, zijn deze te dragen. Anders wordt het echter, wanneer de prijzen dalen. Men zal dan voor groote moeilijkheden komen te staan, die des te grooter worden, naarmate de belastingen minder rekening houden met de draagkracht.

*) Ook door concurrentie van andere landen.

Sluiten