Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE DAG

Vrouwenvergadering.

Referentent Mej. E. M. F. Kleijn te Driebergen, Mej. Dudok van Heel te Zetten en Mevrouw van Hoogstraten-Schoen van Zeist.

Terwijl de hiervoor vermelde twee vergaderingen in het gebouw der „Maatschappij voor den Werkenden Stand" plaats vonden, kwamen de vrouwelijke leden van het Congres in het gebouw van het „Nut" samen. De vergaderzaal was goed gevuld toen de bijeenkomst geopend werd door presidente, Mevr. Havelaar-van Beek Calkoen, die deed zingen

PSALM 25 ; 2. Heer, ai! maak mij uwe wegen,

Door uw Woord en Geest bekend, Leer mij, hoe die zijn gelegen,

En waarheen G'uw treden wendt: Leid mij in uw waarheid; leer

IJvrig mij uw wet betrachten: Want Gij zijt mijn heil, o Heer!

'k Blijf U al den dag verwachten.

Na het zingen van dit vers ging zij voor in gebed. Daarna sprak zij als volgt haar

Openingswoord.

Toen het plan tot het houden van een afzonderlijke vrouwenvergadering op dit Congres mij werd voorgelegd, reisden mijne gedachten terstond naar Amerika, en meende ik daarin een Transatlantische nieuwigheid te zien. Daar immers kan men zich geen groote conferentie of vergadering indenken, zonder dat ook de vrouweu saamkomen, zoodat zelfs de Synode der Gereformeerde Kerken in Amerika hare Ladies Day heeft. — Maar de acta van het vorig congres bekeerden mij al spoedig van deze dwaling, immers reeds in 1891 kwamen ook de vrouwen van Christelijk-socialen huize in grooten getale samen en bespraken de vraagstukken, die toen onder haar als brandend werden beschouwd. — Weinigen onder ons hebben die vergadering toen bijgewoond, wij waren nog niet op een leeftijd

Sluiten