Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in Engeland, waar de vrouw zich aanvankelijk terugtrok uit het openbare leven, kwam dit tot ontplooiing door het optreden van' Hannah More met haar woord: Het beroep van de vrouw is de uitoefening der barmhartigheid; de verzorging der armen hare taak. Dit woord heeft zij in haar leven waargemaakt, door het oprichten van vereenigingen en scholen voor armen.

Van grooter beteekenis was nog het optreden van Elisabeth Fry in 1813, de ijverige hervormster van het gevangeniswezen, die ook in Holland de daar gevestigde strafgevangenis voor vrouwen bezocht, die, zooals Johanna W. A. Naber zegt in hare „Wegbereidsters" weldra het uitgangspunt zou worden van de bekende Heldringgestichten te Zetten.

In Duitschland was het Amalia Sievéking, die door haar dapper optreden bij het uitbreken van de cholera-epidemie in 1831 in Hamburg de leiding van het hospitaal aldaar in handen kreeg.

Nu eerst werd de groote waarde erkend van de vrouw in dienst der barmhartigheid en overal werden Diaconessenhuizen gesticht, die vooral in Duitschland tot hoogen bloei kwamen en die aldaar omvatten alle takken van vrouwelijke barmhartigheid, en inwendige zending.

Het was Florence Nightingale, de groote baanbreekster op het gebied van ziekenzorg, die na veel voorbereiding besloot zelf een leertijd te gaan doormaken aan de diaconessen-inrichting van Fliedner te Kaiserswerth. Daar vond zij hare idealen vereenigd: een Protestantsche inrichting, die al de voordeden der oude kloosterorden bood, zonder hare bindende geloften. Daar voelde zij zich op hare plaats: „Nooit heb ik inniger liefde aangetroffen en zuiverder, belangloozer toewijding dan daar," schreef zij nog jaren later, Het werd de voorbereiding tot haar grootsche taak in den Krimoorlog.

Holland echter, dat rijk was aan velerlei instellingen van weldadigheid heeft de leiding genomen voor een nieuwen tak van arbeid, dien onder de gevallenen.

Toen Mevrouw Butler de groote voorvechtster op het gebied der zedelijkheid, haar werk begon met den strijdkreet: „Het schreit in ons naar rechtvaardiging", vond zij bij haar komst in Holland den weg wel voorbereid.

In Frankrijk had de eenvoudige naaister Lacombe den stoot gegeven tot de latere oprichting van de Roomsen-Katholieke Huizen van den „Goeden Herder". Met het werk harer handen hebben de 120 meisjes die zij om zich wist te verzamelen en te leiden, het huis verdiend, dat haar dak en bescherming bood.

„ Tegen hoop in met hoop in het hart," was de leus dezer bewonderenswaardige vrouw.

Ook Fliedner had gelijktijdig dit werk met dat van het gevangeniswezen ondernomen.

Wie echter, zegt Theodor Schaf er in zijn werk over de „Weibliche Diaconie", den machtigsten dam opwierp tegen den verderfelijken stroom der ontucht en met de vurige volharding van zijn gansche persoonlijkheid als evangelisch Christen optrad was de Hollandsche predikant O. G. Heldring.

10

Sluiten