Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hoofdwerk zijns levens was de stichtiDg van het Asyl Steenbeek in 1848. Daarmee, zegt Uhlhorn, is hij allen voorgegaan en de inrichting van Steenbeek heeft ook in andere landen tot model van deze Moederhuizen gediend.

Hij wist Mej. Voute tot zijn medewerkster te maken en tot eerste Directrice van Steenbeek. Evenals Amalia Sieveking en anderen heeft ook deze moedige vrouw, wantrouwen en smaad ondergaan tot men kwam tot de erkenning van haar arbeid en van dien harer mede-arbeidsters.

Nog leeft in ons midden ééne dier moedige vrouwen, die haar ter zijde stonden en in de volle kracht harer jeugd zich kwam geven voor deze taak, doch te jong bevonden elders hare opleiding kreeg, later terugkeerde om nooit meer los te laten met hare liefde het werk, dat geheel haar leven bezielde.

Het werk stond niet stil. Bij Heldrings dood in 1876 waren reeds 975 verpleegden op Steenbeek opgenomen; in al zijne gestichten tot redding 2211.

In 1856 volgde de stichting van Talitha-KUmi voor verwaarloosde kinderen; immers, daar hoopte men nog door opvoeding te kunnen helpen en leiden. Bethel volgde in 1862 voor jonge meisjes, die men wenschte te beschermen naar de leuze: voorkomen is beter dan genezen.

Het is noodig ons tot dit werk te concentreeren, daar de tijd ontbreekt verder het geheele ontwikkelingsgebied der barmhartigheid te volgen, maar dit geschiedt ook daarom, omdat in het werk te Zetten, het meest uitkomt de arbeid aan de persoon, aan de ziel. Niet gemaakt, niet uitgedacht is dit werk, het is het werk, waartoe men is gedreven door den nood, de jammerlijke toestanden, de verwordingen, die het hart met diepe deernis vervullen en die van zelf moeten leiden tot de oplossing van allerlei vraagstukken van moreelen en maatschappelijken aard.

De ervaring leerde, dat alle opvoeding en opleiding, alle bekrachtiging en versterking op den duur slechts baten kan, zoo het leidt tot vernieuwing van hart, tot heiligmaking van leven.

Dit alles behoort tot de zedelijke verheffing, de ware vrijmaking der vrouw.

Zoo in het vrouwenvraagstuk en den wensch naar vrouwenkiesrecht deze verheffende vrijmaking der vrouw op zedelijk gebied recht wedervaart, dan zal dit zeker tot zegen worden voor gezin en maatschappij, want al deze nooden roepen in het vrouwenhart om oplossing.

Het werk van getuigen tegen verkeerde toestanden is dan ook altyd verbonden geweest aan het werk van redden te Zetten, dat eertijds is genoemd het geweten van Nederland, omdat van daaruit steeds een stem van protest zich deed hooren tegen alles, wat door willekeurige maatregelen de bescherming van vrouw en kind in den weg stond.

Dit was het groote levenswerk van Dr. H. Pierson binnen en buiten onze grenzen.

Het Magdalenahuis voor de ongehuwde moeder met haar onbeschermde kleine was zijne stichting, waaruit van zelf het Kinderhuis ontsproot.

Sluiten