Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des keizers was, maar ook Gode, wat Godes was, n.1. de aanbidding, die geen mensch, zelfs geen gestorven keizer en ook geen levenden Caesar toekwam. En ook hun vrouwen, die zij geheel als hun gelijken beschouwden, weigerden die.

Vrouwen daardoor ook onder de eerste martelaars publiek verscheurd in de arena, een schouwspel geworden zijnde, maar getuigend in het openbaar van zelfverloochening tegenover zelfzucht, van Christelijke liefde tegenover egoïsme en haat. En dan gaat niet het Christendom, maar de antieke cultuur ten onder. Rome wordt weer het centrale punt, maar nu van de kerk der Middeleeuwen.

De landen der barbaren worden gekerstend en naast de verheven figuur van den apostel van het Noorden, Bonifatius, verrijst een edele vrouwengestalte Lioba. Bonifatius had begrepen, dat het zendingswerk allereerst vrouwen behoefde, vooral voor de opvoeding der rijpere vrouwelijke jeugd.

Vele vrouwen wilden dit werk toen ondernemen en boven allen onderscheidde zich Lioba, de abdis van het klooster Taubersheim, een vrouw, ervaren in vele wetenschappen. Die groote kloosters der Middeleeuwen stonden niet, als de latere, buiten het publieke leven en dienden mede om het vrouwenvraagstuk van toen op te lossen. Sommige abdissen, o.a. die van Thora, namen een plaats in onder de rijksgrooten en trokken met veel statie op naar den Rijksdag, waarvan zij geen figuranten, maar actieve leden waren.

Wij kunnen hier geen overzicht geven van de belangrijke plaats der vrouw in het gildewezen en het publieke leven der latere Middeleeuwen; evenmin, hoe zij in onze nieuwe geschiedenis haar intrede deed door actieve deelneming aan wederdooperij en kerkhervorming; dit laatste ook al door de groote plaats, die zij toen in het beroepsleven innam en aan haar bijzondere voorliefde voor de bestudeering van theologische vraagstukken.

Wij kunnen er hier slechts op aandringen, dat men van de gegevens, die hierover voorhanden zijn, toch gebruik make bij het geschiedenisonderwijs onzer rijpere vrouwelijke jeugd. Onze Geuzenvrouwkens, die opgingen in de politiek van den dag, waren er niets minder vrouw om!

Als later, na jaren, waarin de vrouw, vooral door de kerk niet begrepen, tot dé dagen der Aufklarung toe, weinig opvoeding en dus geringen invloed op het openbare leven erlangt, de revolutie losbreekt, schijnt 't eerst gunstig voor een nieuwe en betere saamwerking tusschen man en vrouw te staan. Nauwelijks kwam echter 't geloof aan een Drie-eenig God en de heiligheid van het gezin in verachting of de Christelijke vrouw voelde, dat de samenwerking mislukt was. Weldra werd bovendien door de mannen, als Robespierre en Napoleon het gevaar ingezien, dat de door het staatsgezag bevrijde vrouw kon opleveren en de vrouw weer zooveel mogelijk van het publieke terrein geweerd. In het doodsche Christendom dat nu volgde, kwam zij tot verdere ontplooiing van haar gaven ook nagenoeg niet.

Met opzet zwijg ik, in hetgeen ik nu zeggen ga, over de vrouw als factor in het productiewezen en haar optreden daardoor in 't openbare leven der negentiende en der twintigste eeuw. Dat komt

Sluiten