Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat een vrouw dit getuigt van een andere vrouw, die haar arts was, pleit zeker voor haar, die de wetenschap aldus diende. Of wilt gij een voorbeeld uit onze kringen? Gij kunt daar tevens uit zien, wat de gemeenschap der geloovigen kan beteekenen voor een wetenschappelijke vrouw.

Een onzer jonge vrouwelijke artsen, werd in de ergste griep-periode naar een dorp geroepen om daar gewoon als dokter op te treden. Toevallig is zij ook een zeer vrouwelijke vrouw, die de zwaarte voelde der verantwoordelijkheid. Zij schreef: „'k Heb nog nooit zoo gewaardeerd om naar de kerk te kunnen gaan en de gemeenschap nooit zoo gevoeld als op 't oogenblik. Niet, dat de menschen hier zoo hoog staan, maar ik voel een band. Als ik later bij een patiënt kom, en de familie heb ik in de kerk gezien, dan is alles in je werk anders." Haar vier weken dorps-dokterpraktijk hebben èn in het dorp, èn bij haar mooie herinneringen achtergelaten en waren wetenschappelijk voor haar van groote waarde.

Zulke dingen en dergelijke staaltjes van wetenschappelijken vrouwenarbeid, vindt men thans in iedere faculteit, ook in die, welke minder dan de medische, met het sociale leven in aanraking komen. Ze bewijzen toch wel, dat niet geheel billijk is de vraag in verschillende kringen, ook onder de hoogleeraren opgekomen: „levert de universitaire opleiding voor onze vrouwen en voor de samenleving niet meer nadeelen op, dan de wetenschap er voordeelen van plukt?"1)

Wat de mannen betreft, hoort men die vraag nooit zoo stellen en toch is percentsgewijze het moreele gevaar van het student-zijn voor de jongens veel grooter gebleken, door den groentijd en zijn gevolgen, dan het publieke der opleiding en de examenstudie bij elkaar, voor de meisjes.

Wat voordeden direct voor de wetenschap betreft, weten wij heel goed, dat van de tien jongens-studenten er misschien één een wetenschappelijk man, een geleerde in den volstrekten zin des woords wordt en de negen andere een gewoon-beroepsleven leiden en daarin hun kennis practisch toepassen. Het verschil tusschen de meisjesen de jongensstudenten bestaat feitelijk alleen hierin, dat verscheidene meisjes niet afstudeeren door een huwelijk, dat meestal een beroepsleven voor haar onnoodig maakt en er ook wel een paar meer om gezondheidsredenen staken, dan onder de jongens.

Menigmaal komt het echter ook onder de mannelijke studenten voor, dat zij totaal ongeschikt blijken, om physieke of psychische redenen en 't bijltje er bij neerleggen vóór hun candidaats.

Dat er in de thans verloopen jaren van academische vrouwenstudie een hooggeleerd en minder geleerd pro en contra over die studie ontstond is niet zoozeer te wijten aan het negatief resultaat dier studie voor de wetenschap als zoodanig, dan wel aan voor de academie ongeschikte meisjes, die studeerden — wat veroorzaakt werd door de slechte vooruitzichten voor de ontwikkelde vrouw in andere beroepen2) — en aan de te hoog gespannen idealen der

*) Zie hiervoor weer het Vrouwen jaarboekje blz. 366—368. ») B. v. bij het L. O.

Sluiten