Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschermd worden ctotor het diep* besef Tan het onveranderlijke vm haar vremo-tijiK of zij krijgt- grooter knak, dan he* zwaarste examen haar geeft.

Wanneer %i$ als studente o> haar vjjf en twintigste jaar tot dat besef komt, is het voor de meest* meisjes te- laat. Heeft zij het VÖ& doende, als ai> aankomt en is zij dan bovendien ee* geiowvig meisje, dan kan zij wetenschappelijk, Zoowel als sotriaal een: g*oote moreel* krach* in de studeere»t4e wereld zij». Dan zal zij later als viwjn welijke vrouw een zegen ia het publieke leven brengen.

V.

Behalve voor onze taak in de maatschappij hebben wij de wetenschap noodig voor de politiek. Niet alsof wft allen daarvoor studeeren moeten. Dat doen de mannen evenmin en kan met het algemeen Kiesrecht zeker niet. Maar er is theoretische en practische staatkunde Voor vragen van staatsrecht, volkenrecht, economie en diplomatie' zullen weinig vrouwen wetenschappelijk gaan werken, doch wij kunnen er ons door de resultaten der wetenschap van op de hoogte brengen, die th de meisjesopvoeding opnemen en later in de practfsche staatkunde vrouwelijk en christelijk toepassen.

Op dit terrein hangen theorie en praktijk niet zoo nauw samen, als men zou vermoeden. Op het gebied der praetische staatkunde is door de weinige vrouwen, die er toe werden geroepen, de vrouWelijkè staatshoofden, soms superieur werk gedaan. Men denke aan Elisabeth van Engeland en Oatharina II van Rusland. Als vrouw stond hoogeï iffaria Theresia van Oostenrijk en voor de staatkunde presteerde zy nfèt «ooveel minder, terwijl in de toekomst als voorbeelden van gelukkige vereeniging van theoretische en practische. staatkunde met de hoedanigheden van vrouw en moeder in den edelen ^fc, zullen worden genoemd Neerlands- constatutioneele koninginnes; WÏlhelmina en Emma.

De meesten onzer zullen dus zeker voor de politiek kunnen volstaan met practische staatkunde. En voor die politiek ontbreken ons de gaven niet Prof. Brugmans zegt. in zijn mooie artikel over „De plaats der Vrouw in de politiek", dat ons eigen is de speciale, ffléhéchenkennis, die de juiste personen weet te kiezen. Voorts heeft\, volgens dezen geleerde, de vrouw „een sterte neigingom de dingen in volle realiteit, maar tevens in kleinen kring naar voren te brengen; 't generale ontgaat haar. Maar juist de kennis van het individu, zijn krachten, zijn bedoelingen, zijn wenschen, zijn geheimen-, dat alles is echt vrouwelijk."

Daarom zullen wij in dë politiek zeer veel voor den man kunnen Zijn, maar niets zijn zonder hem. Immers wij hebben ook de gebreken onzer deugden „vooral de neiging om het individueele verre te stellenboven het algemeene, met name om de staatszaken geheel als persoonlijke aangelegenheden te behandelen."

Bovendien is ons gevoel van verantwoordelijkheid dikwijls te zwakker, naarmate de politieke beginselen te sterker zijn en met volstrekte toewijding worden gediend.*) Wij zullen dat gevoel vatn

') Voorbeelden o. a. ran Prof. Brugmans: Madame Roland;

11

Sluiten