Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlangen naar zielsbevrediging, maar uit de noodzakelijkheid om te voorzien in het dagelüksche brood. Met het verdwijnen der gilden is iedere opzettelijke slagboom voor haar gevallen. Zij is de fabrieken en werkplaatsen binnengestroomd, toen het moderne feminisme nog in de windselen lag, niets afwetend van-, zich niet bekommerend om abstracte theorieën. Reeds in 1788 — constateert Lily Braun — werkten 59000 vrouwen in de Engelsche en Schotsche fabrieken.

„Het is ook een groote vergissing, — zegt zij — om het te willen voorstellen, alsof de grootindustrie den vrouwen veel werk uit handen genomen heeft. Het is waar, dat wij hu niet meer onze zijde en ons linnen behoeven te weven, en ons brood behoeven te bakken, maar het onsoliede en slechte goed, dat tegenwoordig in den handel is gekomen, houdt een huisvrouw zes dagen in de week aan het verstellen. Vroeger bezaten de menschen deugdelijke Meedingstukken, die ze jaren aan een stuk droegen, en die van een onverslütbare kwaliteit waren. Wie onzer heeft niet met eerbied betast en bevingerd het ondergoed soms van

haar over-over-grootmoeder. En nu 'één jaar, twee jaar, heel.veel

langer houden de bovenkleeren bet niet uit, ook al omdat de wispelturige mode ook den allerarmste dwingt tot constante verandering. Daarom heeft een knappe arbeidersvrouw den geheelen dag noodig, wil zü den boel goed bij elkaar houden, voor goed eten zongen, nieuwe kleeren naaien en oude verstelen. Wij spreken nu niet eens van het groote tijdverlies, dat verbonden is aan het doen van inkoopen en van de verre afstanden, die de burgervrouw daarbij af te leggen heeft".

Mej. Mr. E. C. van Dorp wijst er ook op, hoe in onze dagen de vrouwen uit den arbeidersstand het zooveel moeilijker hebben dan vroeger, omdat hare gezinnen zooveel talrijker zijn tegenwoordig. Men spreekt'wel van ouderwetsche, groote gezinnen, maar dat kan alleen betrekking hebben op de welgestelde families.

De zuigelingensterfte was in vroeger tijden onder het volik zoo groot, dat er maar weinig talrijke families gevonden werden.

Tegenwoordig zijn onder de arbeidersbevolking huisgezinnen met veel kinderen regel.

Daar nu de vrouw niet aan de behoefte van haar groot gezin kan voldoen, zoekt zü arbeid buitenshuis. Zü vergeet hierbü, dat de ©eldelüke voordeelen niet opwegen tegen de ontzettende nadeelen, die hare afwezigheid in het gezin met zich medebrengt.

Collett geeft het woord aan een arbeiderszoon, die het troosteloos relaas van zijn jeugd besluit met als zijn overtuiging uit te spreken, dat de oorzaak van de ruwheid en het zedenbederf onder de proletarische jeugd is te zoeken in de verlatenheid, waarin ze opgroeit.

En het z«n niet alleen de arbeidersvrouwen, die door büverdienste haar huisgezin op peil trachten te houden. Denken wü alleen maar aan gehuwde ambtenaressen, onderwü'zeressen, modistes, bedrijf shoofden van strükinrichtingen, telefonistes, telegrafistes, postambtenaressen, te veel om op te noemen.

Als tweede gevaar, dat ons gezinsleven bedreigt, noemde ik u de voortdurende stijging van alle arbeidsloonen, het duurder worden van alles, wat tot ons levensonderhoud behoort. Ik vergat er by te voe-

Sluiten