Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen: terwijl de inkomsten der huisgezinnen in zeer vele gevallen hiermede geen gelijken tred hebben gehouden. Het is wel merkwaardig, dat wij, vrouwen, in dezen tijd ons kiesrecht zullen krijgen. In dezen tijkl zullen wij geroepen worden om ons bezig Je houden met- en te oordeelen over de huishouding van den Staat, terwijl onze eigene huishouding ingewikkelder zal zijn dan ooit.

Over verbetering van woningtoestanden, over verbetering van volksgezondheid; in ons land en onze koloniën, over sohoolvoeding en schoolkleeding voor den minstbezittende, over het langer schoolgaan van de kinderen tot het 14de jaar, over huishoud- en vakonderricht aan onze meisjes, over moederschapszorg zullen wij moeten nadenken, ons oordeel moeten vormen, terwijl in ons eigen huis problemen ons aanstaren, die we vooralsnog niet bij machte zijn om op te lossen.

De enorme stijging van loonen zal binnenkort vele van onze huismoeders verhinderen om langer een dienstbode te houden.

De enorme duurte van wasch-, naai- en strijkloon, arbeidsloon aan behangers, ververs, timmerlieden, zullen velen onzer dwingen weer alles zelf te doen.

Ik weet niet of ge wel ooit gelezen hebt het aardige stukje, dat de geestige Egberta G. van der Mandele hierover schreef in de „Groene Amsterdammer". Ik haal het u even aan: „Als Maandags en Vrijdags de kraampjes gerijd staan op de .Prinsegracht van onze residentie, is het, of de oude linden lachen; ik hoor het in hun ruisohen. Het is of ook de vensters van de oude patriciërshuizen oolijke lichtjes laten twinkelen in hunne hoeken, de boomen en de huizen verstaan elkaar en de oude takken knikken naar de mooie, oude, nogi ongerepte gevels en zeggen: ja, ja, 't is waar; de oude tijd komt weer terug. Is dat zoo? Is het werkelijk een overoude waarheid, dat al 's werelds gedoe slechts een kringloop is, dat we weer teruggaan naar de tijden van weleer, de tijden van onze grootmoeders en overgrootmoeders?

„Onze dames — ook de dames uit de hoogere standen — koopen weer zelf op de markt haar veters en japonstoffen, die in de winkels veel duurder zijn.

„We leeren weer zelf onze blousjes maken, we maken ze zelf weer „a la main", omdat de naaimachine op non-activiteit wordt gesteld, omdat ze een dubbele diraad neemt, en het garen nu zoo duur is. Straks nemen we de wasch weer in huis, net als onze grootmoeder, die er zoo trotsch op was, dat niets de deur uitging. Wie den geheelen dag bij den weg is, of tennissen gaat, en zich niet bemoeit met hare huishouding, komt bedrogen uit. Men moet woekeren met z'n tijd', z'n materiaal, z'n levensmiddelen, z'n geld, en onze grootmoeders hadden niet geheel en al ongelijk, als ze beweerden, dat een goede huisvrouw haar gewicht aan goud waard is".

De nood der tijden, de groote veranderingen in de samenleving, dwingen ons, huisvrouwen, terug naar ons gezin, juist in een tijd, dat allerlei dingen, die onze aandacht vragen, ons er uit halen.

Het dienstbodenvraagstuk is er een, dat dreigt actueel te worden, en de berichten, die uit andere landen tot ons komen, stemmen niet hoopvol. Ik hoorde een dezer dagen nog van een jonge Hollandsche vrouw, die naar Amerika gegaan was, 9n' die daar wegens totaal ge-

Sluiten