Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleedjes, en onze prettige kacheltjes en de kleurige gordijnen en de fleurige kussens, vervolgens coöperatief eten en gemeentelijk laten wasschen — maar onze woning zou een inrichting worden en geen tehuis".

Laten we niet altijd praten over vermindering van arbeid, de arbeid blijft toch, maar we moeten ze niet op de schouders van anderen willen schuiven. Juist wij, intellectueele vrouwen, moeten het voorbeeld geven, onze tijd roept ons tot nieuwen arbeid, zeker, maar de oude is evengoed daar en wacht op ons.

Wat mij ook altijd zoo treft bij het lezen van „De Proletarische Vrouw." — een blad, dat ik geregeld lees — is, dat er altijd zoo de nadruk wordt gelegd op het ploeteren en zwoegen, het sjouwen en slaven van de buismoeder. „Wij moeten — ik haal even aan uit het blad van 25 Jan. 1919 — de vrouwen loeren, dat wij allen een gemeenschap pelijken vijand hebben, het kapitalistische stelsel, dat zich prachtig voor kan doen, dat speculeert door middel van den pastoor en den dominé, op het gevoel van de vrouwen, maar dat, ontdaan van allen schijn, een vijand is van de arbeidersklasse, dus ook van haar. Wij moeten dezen vrouwen haar armzalig, slavig arbeidersbestaan doen beseffen "

Zelden zie ik een goed woord over het eigen huishoudelijk werk, dat de meeste goede moeders toch zoo graag zelf doen, en meestal wordt vergeten, dat er bij een huismoeder alleen van sjouwen, ploeteren, zwoegen en slaven kan gesproken worden, als zij veel kleine kinderen heeft, die in leeftijd weinig met elkaar verschillen, maar dat die moeilijke tijd ophoudt, zoodra als er opgroeiende meisjes in huis zijn.

Nu weet ik wel, dat het met al die socialistische idealen nog zoo'n vaart niet zal loopen, vooral nu wij, vrouwen, het kiesrecht zullen krijgen. Wij, huisvrouwen, hebben .in deze oorlogsjaren maar al te zeer tot onze schade gezien, wat gemeenschapazorgi beteekent en hoe moeilijk het voor den Saat is om voor huismoeder in 't groot te spelen. Wij hebben niet voor niet bemerkt, hoe, wanneer de Staat, iets in handen neemt, liefde en zorg uitgeschakeld worden, maar het is goed, dat wij weten, waarheen ze ons drijven willen.

De socialisten zelve zijn over ons eventueel optreden niet gerust. In „Het Volk" heeft de heer Schaper gewaarschuwd, dat men in deze dagen van het komend vrouwenkiesrecht in geschrift en zelfs in particulier gesprek, die aanduidingen en aanvallen op huwelijk, gezins-, godsdienstig leven venmjde, opdat niet de vrouw uit instinct voor een niet-socialistische partij ga kiezen.

„De vrouw, ook de arbeidersvrouw voelt over het algemeen veel voor godsdienstig leven, althans voor volkomen vrijheid om aan godsdienstige behoeften te voldoen voor ieder die het begeert. Zij hecht voorts aan geregeld en wettig huwelijk, zonder te voelen voor vrije liefde en soortgelijke. Zij houdt eindelijk van een eigen gezin, hoeveel moeilijkheid dit brenge".

„Terecht vreest 'hij hier — zegt de „Nederlander" in zijn artikel „de strijd om de vrouw" —, want socialistische schrijvers en dichters en redenaars en wetenschappelijken hebben op elk dezer punten dingen gezegd, die vierkant ingaan tegen dat vrouwelijk gevoel. Godsdienst is

Sluiten