Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de belangen in 't oog houden van het beste wat wij hebben, bAze mannen en kindéréA.

Wij, Höllandsche vrouwen, zijn beroetftd éüt dé gezellige tehuizen, die wij stichten, en waarlijk niet alleen „the tipper tött". Ge- hadt he! sommige Belgen maar eens moeten hoorett vertellen, wat zij daéhten van onze Hön&nd'sche huiskamers! Een Belg zeide tegen «rij: „Wat ben ik Wij, dat mijn vrouw hier in 't land gewees* is, Wat heeft Ze van de Höllandsche vrfcuwen veel geleerd!"

Tot nog toe hebben we ons nog te weinig bekommerd over haar, die onmachtig zijn een gezellig gezinsléven en een góed thuis te maken. Het gaat ons maar al te vaak, als dien ouden onbekenden heer, met wien ik verteden in dé tram zat, en die met een bréeden kteh dp zijn gelaat en ongeveinsde verbazing in zijn stem zeide: „Maar mijn goede mevrouw, wat kunnen Ons andere menschen schelen, als wij het maar goed hebben. Als ik moest kiezen tusschen de twee alternatieven: „of de heele wereld) moest doodgeschoten worden, of ik, dan koos ik om te brijven teven". Deze man kwam er rond vóór uit, hoe egoïstisch zijn levensbeschouwing was, Vele menschen met mooie* leuzen op de lippen handelen weinig anders.

Wij' moeten niet langer gedoógen, dat onze weduwen mét groote gezinnen, door onze christelijke barmhartigheid niet genoeg ondersteund, voor bijverdienste naar werkhuizen worden gedwongen, soms 4 of 5 dagen in de week. Wat moet er, neen wat komt er van zoo'n gezin terecht. Het trof mij zoo, dat ik juist na een gesprek met een van u, waarin men nrij zeide, dat men niet dezelfde eischen voor alle soort gezinnen kon stellen, en dat de kinderen toch op straat spelen, een nu gezeten burgerjuffrouw, die hier in Amsterdam op een der bovenhuizen opgroeide, mij ongevraagd verzekerde: „Als ik aan mijn jeugd denk, dan is het me nog een nachtmerrie; moeder Was weduwe met 5 kinderen en ze ging altijd uit werken "

Hoeveel brave moeders verliezen den moed om haar gezin op peil te houden, omdat ze in dagen van hare 'bevalling de noodige hulp en versterking moesten missen. Hoe enthousiast moesten wij, vrouwen, niet alten meehelpen om haar een blijde moederschap te bezorgen.

Ach! wat moesten we met meer liefde onze dienstmeisjes klaarmaken voor 't leven, ze onderrichten met onuitputtelijk geduld en ons verblijd voeten, als er in ons huis een goede aanstaande huisvrouw gevormd was.

Als wij hier spreken over de heerlijkheid en over de kostbaarheid van het gezin, dan denken we misschien even met een gevoel van berouw, dat het onze nog lang niet aan zijn ideaal beantwoordt en dat wij zelve....

Maar geen nood, het zal ons gaan als Raniero, den stoutmoedigen kruismidder, den Kchtdirager, van Wien Weer Selma Lagerlöf vertelt, en wiens leven door een onzer predikanten eens werd vergeleken met dat van den Christen. In de kerk van het Heilige Graf had hij de gewijde kaars aangestoken en nu wilde hij het eeuwige licht overbrengen naar de kerk van zijn vaderland te Florence. Achterwaarts rijdt hij, om met zijn lichaam de vlam te beschutten, steeds de eene gewijde kaars aanstekend aan de andere. Raniero, de lichtdrager, die

Sluiten