Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondering had te zien. Later merkte de enquêtrice dat dit werkelijk een zeldzaam geval was. Alleen in dergelijke zaken zijn in ons land pl.m. 7000 verkoopsters, de enquête won inlichtingen omtrent 2000. ■ Het verschil in loon tusschen mannen en vrouwen komt misschien het allermeest uit in de industrie. Aldaar worden vrouwen genomen juist omdat zij goedkoope werkkrachten zijn. Het Centraal Verslag der Arbeidsinspectie van 1912 spreekt dit ronduit uit: „Terstond dient gewezen op twee machtige factoren, die tot tewerkstellen) van meer vrouwen in de industrie hebben geleid, n.1. de door de sterke uitbreiding der industrie ontstane vraag naar steeds meer arbeidskrachten, bij voorkeur goedkoope."

Zoo is volgens den heer Oudegeest het gemiddelde loon in het textielbedrijf voor vrouwen belangrijk lager dan voor de mannen, behoudens de zoo even genoemde uitzondering te Enschedé.

In de steenfabrieken te Angerloo verdienden de mannen voor het opzetten f 1.80, de vrouwen f 1.50 per dag. In Friesland krijgen de mannen voor hetzelfde werk dikwijls hooger loon dan de vrouwen. In de nettenboeterijen te Enkhuizen werden de vrouwen bezoldigd met 12, de mannen met 15 cent per uur.

Zelfs in collectieve arbeidscontracten wordt nu en dan een dergelijk verschil aangetroffen. In de een paar jaar geleden gesloten overeenkomst tusschen de „Vereeniging van Fabrikanten van Gouden en Zilveren Werken" eenerzijds en den „Nederlandschen Bond van Goud- en Zilversmeden en aanverwante vakken",, en den „Nederlandschen E.-K. Metaalbewerkersbond" aan den anderen kant, wordt het minimum-loon voor mannelijke gezellen bepaald op 25 a 30 cents, naar gelang der Gemeente, voor vrouwen meisjes op 16 a 18 cents per uur, voor jongens-leerlingen na 3 jaren op 10, voor meisjes-leerlingen, eveneens na 3 jaar, op 7 cents per uur.

Gelukkig is hier de practijk somtijds beter dan de leer en houden de patroons zich niet altijd aan de minimum-loonen.

Te Amsterdam wordt in een zaak, waar de vrouwén uitsluitend polisseuses zijn, 20 cents per uur uitbetaald, terwijl in twee fabrieken aldaar, waar zij deelnemen aan het eigenlijke kettingmaken het uurloon zelfs tot 22 cents, d.i. dus 4 cents meer dan het minimum-loon, stijgt. Het loonsverschil tusschen beide geslachten door de beide vakorganisaties gesanctioneerd, wordt dus in de practijk wel eens verkleind, maar volstrekt niet opgeheven.

Het grootste verschil in loon vindt men waarschijnlijk wel m de kleedmgindustrie. In een collectieve arbeidsovereenkomst, in 1916 afgesloten, werd het minimum-uurloon voor zelfstandige dames-kleermakers bepaald op 40 en 45 cents; voor „pompiers" d.w.z. degenen die geen nieuw werk maken, doch alleen veranderingen aanbrengen, op 35 cents.

Het minimum-uurloon der zelfstandige dames-kleermaaksters bedraagt venwel slechts 26 cents, dat der zelfstandige taille-werksters 23 cents, dat der zelfstandige rokkenwerksters 20 cent. Dit is zoowat de helft van het mannenloon.

In het collectieve contract der typografen van 1913 werd bedongen dat

Sluiten