Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet vrouwenloon l/g minder mag, doch niet behoeft te bedragen dan het mannenloon.

In de arbeidsregelingen en contracten van den Algemeenen Nederlandschen Diamanfcbewerkersbond werd van het begin af aan geen onderscheid van het loon toegestaan. Ook in het contract van de Boekbinders dat in 1916 werd gesloten, wordt de gelijkheid gehuldigd en wel op initiatief van den Secretaris der Werkgevers-Organisatie.

In de kantoorwereld heerscht ook meestal ongelijkheid van salariëering. Er zijn gevallen van gelijke bezoldiging, doch de ongelijkheid overtreft de gelijkheid verre. In dit geval is de ongelijkheid niet altijd zoo gemakkelijk te constateexen, omdat het opgedragen werk verschillend is en soms opzettelijk verschillend wordt gehouden om het onderscheid in loon minder in 't oog te doen loopen. Sommige bezigheden kan men ook moeilijk aan vrouwen opdragen. Zoo heeft men mij gezegd, dat het vrijwel onmogelijk zal zijn om eene vrouw naar de Beurs te sturen. Het lawaai .en rumoer en de drukte aldaar moét voor vrouwelijke zintuigen en zenuwen te machtig zijn.

Eindelijk in de rubriek huiselijke diensten, waaraan nog steeds een kleine 40 pCt. van de vrouwen die in beroepen werken zich wijdt, is er ongelijkheid. De vrouwelijke dienstbode ontvangt minder loon dan de huisknecht.

De vraag is nu hoe wij als mensch en als Christen hier tegenover moeten staan.

In beginsel kan ik niet amders zeggen dan dat ik dezen toestand absoluut verkeerd vind.

Vooreerst uit een rechtvaardigheidsoogpunt: gelijke arbeid moet gelijk gesalarieerd worden, onverschillig wie ze verricht. Juist van christelijk standpunt erkennen wij niet de minderwaardigheid der vrouw, al wil dit natuurlijk niet zeggen, dat man en vrouw identiek zijn, hetgeen wel niemand zal willen beweren.

Ten tweede, omdat het vrouwenloon niet alleen relatief te weinig is in vergelijking van den man, maar ook in vele gevallen absoluut te weinig, om haar eigen brood te verdienen, nog veel minder om te voorzien in de behoeften van eenl gezin, waar zij als weduwe of verlaten vrouw hiertoe gedwongen "is. Het is in de kringen, die zich met armenzorg bezig houden dan ook overbekend, dat het voor eene vrouw uit den arbeidenden stand zoo goed als onmogelijk is voor een gezin den kost te verdienen', wanneer zij haar man heeft verloren.

Ten derde, de lagere vrouwenloonen zijn een groot gevaar voor den geheelen loonstandaard. Dit laatste argument trad hoe langer hoe meer jiaar voren in de oorlogvoerende landen. De vrouwen voelen' zich vernederd, dat zij hetzelfde werk als de manmen voor minder loon moeten verrichten, maar ook de manneni zijn ontevreden. Zij duchten van den goedkooperen vrouwenarbeid een deloyale concurrentie, vooral nu in dezen rijd de industrie toch in ^vsele gevallen moeite zal hebben zich staande te

ia

Sluiten