Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meerdere loon is in den regel schijn. Ze krijgen meer geld in handen, maar als men uitrekent wat de inwonende dienstbode ontvangt, niet alleen aan loon, maar aan kost, inwoning, vrije geneeskundige hulp en soms allerlei extra's, dan komt bijna altijd de rekening ten voordeele van het dienen uit.

Dit moet men meer bedenken. Natuurlijk er zijn gezinnen, waar de verdienste van eene inwonende dochter broodnoodig is, waar men 's avonds gezellig bij elkander zit en de meisjes er niet aan denken om langs de straat te slenteren. Er zijn meisjes die lust hebben in een of ander vak op zichzelf en ik zou haar daarvan natuurlijk niet willen afhouden. Ik zou alleen willen, dat de meisjes en vooral de ouders, nuchter het voor en het tegen van beide tegen elkander opwogen *nj zich niet lieten verblinden door valschen schijn. Dan bedenke men ook, dat een goede dienst een betere opleiding is voor het huwelijk in den arbeidenden of kleinen-burgerstand, dan het werken op fabriek of atelier.

Dat de meesteressen door verbetering van condities, vriendelijke behandeling, door het waken tegen het zich overwerken van nog jeugdige meisjes, door pensioenregeling ook veel zouden kunnen doen om den dienstbodenstand in de algemeene achting der meisjes te doen rijzen, dit lijdt geen twijfel. Is dit niet een! schoone roeping voor christelijke gezinnen?

Nu wij de verschillende oorzaken van het onderscheid in loon tusschen mannen en vrouwen eenigszins hebben nagegaan, komt de vraag van zelf aan de orde: Hoe brengen wij hierin verbetering? Op enkele punten ligt het antwoord reeds opgesloten in wat ik gezegd heb omtrent de oorzaken.

Maar de zaak is natuurlijk te belangrijk om niet dieper op in te gaan. In het algemeen gezegd, moet de verbetering gezocht worden in eene algeheele omkeering der publieke opinie, door een ruimer deelname der vrouwen aan de vakbeweging en door verbeterde vakopleiding der vrouwen.

De geheele maatschappij in al hare lagen moet gevoelen dat er onrecht geschiedt, dat deze toestanden niet mogen] bestendigd worden, dat gelijk loon voor gelijken arbeid een eisch is van billijkheid en recht.

Als deze gedachte overal doordringt dam zullen het Eijk en de Gemeente, waar zij hierin nog te kort schieten — wij hebben gezien dat in menig geval Eijk en Gemeente mannen en vrouweni gelijk bezoldigen — hunne houding herzien.

En daarmede zoude aan de particuliere werkgevers, aan de vakverenigingen een goed voorbeeld worden gegeven. Het is nu een nieuwe tijd waarin de maatschappij als het ware nieuw opgebouwd wordt. Laat dit een der zuilen zijn waarop het nieuwe economische gebouw rust: gelijk loon voor gelijken arbeid.x)

Deze omkeering in de publieke opinie geschiedt natuurlijk niet vanzelf. De belanghebbenden zelf en hare ouders zijn in de eerste plaats geroepen cm die te doen ontstaan. En hier is juist eene roeping voor de meer infcel-

*) De Chr. Werklieden-Vereen. „Patrimonium" heeft dezen eisch reeds in haar Programma opgenomen.

Sluiten