Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In steden komt er hoe langer hoe meer gelegenheid ook roor meisjes om zich in het een of ander vak te bekwamen.

Ik kan aan alle meisjes, van welken rang of stand van harte aanraden, dat ze allen trachten zich voor een vak of beroep of tak van sociaal werk ten volle te bekwamen.

Natuurlijk is hiervoor de medewerking der ouders vereischt. In vele gevallen moeten zij de lust tot arbeid of studie bij hare dochters opwekken.

Volgens het Vrouwenjaarboekje zijn er thans 300 beroepen open voor de vrouw, voor 200 hiervan is opleiding te verkrijgen.

Onnoodig te zeggen, dat vakstudie niet ten koste van het huishouden behoeft te zijn. Onze eeuw, die de eeuw is van het beroepsleven der vrouw, is ook weer de eeuw dier huishoudscholen.

De kundigheden die noodig zijn tot het besturen van een huishouden in haar eigen stand, moet elke vrouw, hetzij thuis, hetzij op een huishoudschool leeren.

Slechts in de tweede plaats kome de vakstudie.

Nu is er op dit punt een bezwaar bij sommige ouders, die vinden dat de fetudie van hunne zoons reeds zooveel kost en die aarzelen voor hunne dochters veel geld voor studie uit te geven, omdat zij in geval van een huwelijk er toch niet veel aan hebben.

Hierop kan men antwoorden, dat lang niet alle vrouwen tot een huwelijk komen (23 pet. der vrouwen tusschen 25 en 50 is ongshuwd) en ten tweede dat zelfs in het geval van een huwelijk, de studie niet verloren is.

De discipline van het werken, misschien van het wetenschappelijk denken, van de overwinning van menige moeilijkheid blijven levenslang ons eigendom. En ook de praetische kennis kan in vele gevallen in het huwelijk worden ten nutte gemaakt. Iets tweeslachtigs blijft er zeker altijd in de opvoeding van de vrouw tot een beroep.

De financiëele moeilijkheid geldt echter toch het meest de kostbare studie aan de Universiteit, die voor betrekkelijk een gering aantal meisjes is weggelegd.

Laten ouders met hun eigen geweten uitmaken, wat zij kunnen doen voor -de uitrusting van hunne dochters voor het leven, dat op het oogenblik zoo veel van ons vraagt.

Een nieuwe maatschappij is in wording. In deze maatschappij willen ook -de vrouwen medewerken, meer dan vroeger. En de nieuwe maatschappij roept om den arbeid der vrouw telkens meer.

Juist omdat de vrouw anders is dan de man, daarom kan de maatschappij haar niet ontberen. In het huisgezin van den Staat moeten, evenals in het gewone huisgezin, man en vrouw hunne krachten geven, elkander aanvullend en steunend.

Om de nieuwe maatschappij op te bouwen is noodig veel tact, veel liefde »en fijne intuïtie. Zal de vrouw, bovenal de christelijke vrouw, hier niet iets, neen, veel kunnen geven?

Er zijn in het Feminisme gevaren, waarvoor wij niet blind moeten zijn, ->maar voor de christelijke vrouw is het Feminisme niet andtrs dan de ge-

Sluiten