Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nx

Het meerendeel der ongehuwde vrouwen verricht thans beroepsarbeid. SDit mag een verblijdend verschijnsel worden genoemd.

IV.

De vrouwenarbeid heeft zich eenigermate verplaatst. „Huiselijke diensten" nemen in geringe mate af terwijl het fabriekswezen een eenigs.zins grooter percentage van den vrouwenarbeid in beslag neemt.

Belangrijk is het feit dat de vrije beroepen een plaats inruimen voor »de vrouw.

V.

Bij deze toename van arbeidsgelegenheid treedt het loonvraagstuk op •-den voorgrond.

VI.

► Het loon of salaris der vrouwen varieert in verschillende landen tusschen

\55 en 70 pCt. van het loon of salaris der mannen.

VII.

In ons land is de salariëering der vrouwen zeer ongelijk. Bijk en •><Jemeente salariëeren haar somtijds gelijk aan den man, doch in vele gevallen is dit niet het geval. In de industrie is het vrouwenloon bijna *valtijd minder dan het mannenloon.

VIH.

Deze ongelijkheid is verkeerd: a) uit rechtvaardigheidsoogpunt; b) omdat in vele gevallen het loon niet alleen relatief maar ook absoluut te -weinig is; c) omdat de lagere vrouwenloonen een gevaar zijn voor den ge.neelen loonstandaard.

IX.

De oorzaken van het geringere loon zijn: a) het argument dat de man -een gezin moet onderhouden en de vrouw meestal niet; b) de gedachte •dat de man zich vrijer moet kunnen bewegen); c) het feit dat de vrouw „zich voor minder geld aanbiedt; d) het gebrek aan opleiding en daardoor aan vakkennis bij vele vrouwen.

X.

Verbetering moet hierin gebracht worden: a) door een algeheele verandering der publieke opinie; b) door meerdere vakorganisatie bij de -vrouwen; c) door verbeterde vakopleiding.

XI.

Het Feminisme heeft zijne bezwaren. Voor de christelijke vrouw opent ^het echter de gelegenheid om zich onbelemmerd te geven in den dienst der amenschheid, in den dienst van God.

Gal. 3 : 28.

Sluiten