Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der gehuwde vrouwen in de geheele industrie vrij gering; terwijl het in Oostenrijk vóór den oorlog 6, in Duitschland 4, in Denemarken en Noorwegen 3 perc. bedroeg, stijgt het in ons land niet hooger dan 2 percent.

Bovendien behoort men bij den arbeid tusschen zijne verschillende vormen onderscheid te maken. Arbeid is op zichzelf gezond, een voorrecht en een zegen. Maar veel hangt af, inzonderheid voor de vrouw, van den aard en den! duur van den arbeid. De vrouw, die werkzaam is in een vrij beroep, aan het hoofd van eene onderneming staat, directrice is in een of ander bedrijf, is niet te vergelijken met eene arbeidster, die dag aan dag uit werken gaat. Onder de arbeidsters is er weder groot verschil tusschen haar, die arbeiden op het veld, in huis, winkel of kantoor, of in de fabriek. Want de veldarbeid brengt afwisseling mede en biedt na zwaren arbeid vele dagen van rust. Ook de huiselijke diensten, door de wasch vrouw, de naaister, de strijkster, de schoonmaakster verricht; de huisindustrie, mits verbeterd, inzonderheid wat werkplaats, loon en duur betreft; de arbeid in winkel en kantoor enz. zijn te verkiezen boven den geestdoodenden en eentonigen arbeid in de fabriek. Maar al moet men billijkheidehalve met al deze gegevens rekening houden, de beroepsarbeid is voor de gehuwde vrouw toch nog bedenkelijk genoeg, en de eigenlijke loonarbeid brengt voor haar en voor haar gezin ernstige nadeelen mede.

De eerste schade, die van de vereeniging van moederschap en beroepsarbeid het gevolg is, wordt toegebracht aan de vrouw zelve. Enkele krachtige vrouwen mogen het een met het ander verbinden, verreweg de meeste kunnen dat niet, vergen te veel van hare kracht, en worden tenslotte uitgeput. Wie de vrouw belast met de dubbele taak van huisverzorging en beroep, maakt zich schuldig aan eene onmededoogende uitbuiting van hare kracht. Inzonderheid is de beroepsarbeid voor de gehuwde vrouw schadelijk in tijden van zwangerschap, in bepaalde perioden, bij veel te langen werkdag, bij geringe en slechte, voeding enz. Bloedarmoede, zenuwzwakte, vrouwelijke kwalen van onderscheiden aard zijn er het gevolg van. En het is niet te verwonderen/, dat het percentage van verzuim bij de vrouwen veel ongunstiger is dan bij de mannen, en dat de gevallen van ongeschiktheid voor den dienst, bijv. bij post, telegraphie en telephonie bij de gehuwde vrouwen aanmerkelijk stijgen. Wel is waar, valt het dikwerf moeilijk uit te maken, of deze schade voor de gezondheid het directe gevolg van den arbeid is; dikwerf zijn er ook andere factoren in het spel, zooals eene slechte woning, eene ongezonde streek, al of niet opzettelijke verwaarlopzing enz. Ook is het wel waarschijnlijk, dat de gezondheidstoestand der getrouwde, arbeidende vrouw reeds vóór haar huwelijk door den arbeid benadeeld is. En eindelijk tstaat men er menigmaal verbaasd van, hoe mannen, vrouwen en kinderen in de ellendigste woningtoestanden en in de treurigste omstandigheden leven en tieren, gezond en! vroolük kunnen zijn. Maar dat alles neemt toch niet weg, dat er, hoe verwonderlijk veel een mensch ook doen eni dragen kan, er toch eene grens aan zijn vermogen is, en dat, als deze grens wordt overschreden, het organisme

Sluiten