Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en meer door in het gedrang komt, en ze kan in bepaalde gevallen hard en pijnlijk werken, en in plaats van het leed, dat zij bedoelt te verzachten, nieuw lijden en! ongerief veroorzaken. Wettelijke beperking van arbeidstijd kan bijv. aan sommige personen schade berokkenen; maar de voordeelen zijn toch, wanneer wij de geheele sociale wetgeving overzien, aanmerkelqk grooter dan de nadeelen.

Bij de regeling van den arbeid der gehuwde vrouw springen die voordieelen nog veel sterker in het oog. Want zij komen) niet aUeen aan de vrouw persoonlijk ten goede, maar in haar ook aan de echtgenoote en de moeder, aan man en kindieren en heel het gezin. Met al deze gegevens heeft de wettelijke regeling van den beroepsarbeid der gehuwde vrouw rekening te houden; zij heeft er voor te waken, dat de vrouw als arbeidster toch tevenjs de gelegenheid ontvangt, om als mensch, als echtgenoote en als moeder baar taak te vervullen en aan haar bestemming te beantwoorden. Ladien wij alles, wat hierbij in aanmerking komt, kortelqk mogen samenvatten en tijdshalve van critiek op de bijzondere maatregelen) ons mogen onthouden, dan heeft de wettelijke bescherming van den arbeid der - gehuwde vrouw le ervoor te zorgen, dat de fabrieksarbeid voor meisjes beneden 16 jaar verboden en haar ontwikkeling door voortgezet lager, vak-, practisch kook- en huishond-onderwijs bevorderd wordt; 2e dag en duur van den arbeid zoo te beperken, dat deze de acht uren per dag niet overschrijde, in vastgestelden schafttijd en in den nacht, des Zaterdagmiddag» en des Zondags stilsta; 3e deze arbeidsregeling zoo uit te breiden, dat ze niet alleen op den arbeid in fabrieken' en werkplaatsen, maar ook op dien in kantoren en winkels, in bedrijf en op het veld, toepasselijk is, met inachtneming echter van het onderscheid, dat ten dezen! in den arbeid bestaat; 4e bepaalde bedrijven!, en bepaalde werkzaamheden in eenig bedrijf, die voor de gezondheid der vrouw bijzonder schadelijk zijn, voor haar te sluiten; 5e aan de zwangere vrouw twee weken vóór en vier weken na hare bevalling den arbeid in de fabriek te verbieden; 6e aan de arbeidende vrouw, die kleine kinderen te verzorgen heeft, tegemoet tie komen door localen voor kinderverzorging in de fabriek, door crèches, kinderbewaarplaatsen, fröbelscholen; 7e door sociale wetten van invaliditeits-, ziekte-, ouderdoms-, pensioens-, moederschaps-, weduwen- en weezenverzekering, alsmede door zorg voor betere woningen, centrale keukens en waschinrichtingen het bestaan en het welzijn van het gezin boven nijpende zorgen voor de toekomst te verheffen; 8e aan deze wetgeving de hand te houden, opdat ze niet, als thans nog zoo dikwerf, ontdoken worde; en 9e indirect er toe mede te werken, dat, misschien) door de instelling van een minimum-loonraad, het loon van den man zoodanig wordt verhoogd, dat de beroepsarbeid der gehuwde vrouw vanzelf ophoudt. Want de gehuwde vrouw wordt in den regel slechts door nood tot fabrieksarbeid gedreven; als deze vermindert, doordat het gezin kan bestaan van het loon van den man, dan geeft de vrouw den arbeid buitenshuis gewoonlijk op.

Dezelfde redenen, die de vrouw aanspraak geven op bijzondere bescherming, verklaren tevens, waarom haar arbeid in den regel lager ge-

Sluiten