Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hooge mate welkom is. Hg vraagt machtiging, om te antwoorden, dat het congres niet van arbeiders alleen uitgaat, maar mede van tal van andere belangstellenden in de arbeidersbeweging, en dat deze alle, dankende voor de geuite goede wenschen, hunnerzy'ds de beste wenschen uitspreken voor het sociale streven van de christelijke arbeiders in Zwitserland.

Aan de orde is thans het onderwerp: De vrouw in het beroepsleven, waarover referaten zn'n geleverd door Mej. H. W. Crommelin en Prof. Dr. H. Bavinck. Voordat aan debatters het woord gegeven kan worden krijgt Mej. Crommelin even het woord om mede te deelen, dat huishoudonderwijs ook in Drente bestaat en dat het er goed en met animo gegeven wordt. Hierna wordt de beschikbare tijd onder de debatters verdeeld, met dien verstande, dat ieder hoogstens 10 minuten te zijner beschikking krijgt.

Gedachtenwisseling.

Het eerst is het woord aan Mej. Mr. C. Prida Katz (Amsterdam), die aldus spreekt:

Bi zou hier gaarne iets willen opmerken, naar aanleiding van den zielskreet van eenige meisjes-studenten, gistermiddag op de vrouwenvergadering, dat zij zich onbevredigd voelen en niet weten, waar dat aan ligt. Wij mogen dit niet zonder meer voorbijgaan, het is een ernstige zaak, die onder de oogen gezien moet worden. Wij kunnen haar niet onbeantwoord laten, anders zouden wij die meisjes steenen geven inplaats van brood. Zeker is het moeilijk een antwoord te vinden, maar het heeft my getroffen, dat er wel wat veel gesproken is van de vrouw en den man, terwh'1 toch de waarheid deze is, dat aan den eenen kant staat de vrouw, aan den anderen kant de man, maar dat daar tusschen ligt een groote schakeering van vrouwen met min of meer mannelijke en mannen met min of meer vrouwelijke eigenschappen. Als nu de vrouwen een mogelijkheid vinden voor haar mannelijke, de mannen voor hun vrouwelijke eigenschappen, zullen deze vrouwen juist positief vrouwelijk, de mannen positief mannelijk worden. Het moge een paradox lijken, maar toch is dit gebleken waar te zijn. Een vrouw, die bepaalde mannelijke eigenschappen heeft en die kan omzetten in studie en nuttigen arbeid in de maatschappij, zal geen „mannelijke" vrouw worden, maar een „flinke vrouw", die al hare krachten tot ontplooiing kan brengen.

Doordat men dit echter eeuwenlang niet heeft ingezien, is dit stuk in de vrouwen onderdrukt en daarom heeft zich in den aanvang der vrouwenemancipatie op verkeerde wijze baangebroken. De vrouwen zijn meer naar het andere uiterste overgeslagen en hebben zoodoende haar vrouwelijke eigenschappen weer onderdrukt. Zij zullen moeten dit leeren inzien en nauwkeuriger nagaan, wat ZÖ voor haar vrouwelijke, wat voor haar mannelijke eigenschappen behoeven; ieder is daarbij individueel onderscheiden. Tact en intuitie zullen weer meer tot hun recht moeten komen, een uitweg gezocht worden voor de verlangens van haar ziel en haar hart. Men heeft gistermiddag getracht de fout te zoeken in coëducatie. Dat blijkt mij onjuist Niet deze — als zoodanig — draagt de schuld. Laat men

Sluiten