Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar niet weer gaan uitbannen, want dan komen honderden vrouwen wederom in den druk. Maar de coëducatie moet verbeterd, meer op de vrouwen berekend morden. Dat is iets gehéél anders. Natuurlijk kleven haar nog vele fouten aan, doordat de grondslag nog gevormd wordt door een systeem, op mannen alleen berekend. Er zullen meer vrouweüjke Zeerkrachten moeten komen. Bij de opleiding zal rekening gehouden moeten worden zoowel met de eischen van het hart, als van het intellect.

En bij dit alles verwacht ik juist zooveel van de Christenvrouw. Als zij meer en meer zal gaan studeeren, zal zy zich door haar dagelij kschen omgang met God en het diepe besef harer verantwoordelijkheid, laten leiden door haar innerlijke stem en zóó tot harmonische ontwikkeling komen. Als dan haar studie volbracht is, zal zy in elk vak, in haar arbeid zelve, iets speciaal vrouwelijks kunnen leggen, de haar eigene toewijding kunnen geven. Juist in dezen tijd van velerlei beroering is er voor haar een groote taak. De geheele wereld schreit — om zoo te zeggen — om den arbeid van de Christenvrouw.

Mevrouw Kromsigt (Amsterdam) stelt voor een pensioenverzekering van weduwen op te richten.

De heer J. ten Kate (Amsterdam) wijst op het groote verschil tusschen fabrieksarbeid van de gehuwde en ongehuwde vrouw. Prof. Bavinck wil geen volstrekt verbod voor de gehuwde vrouw. Spr. wil zulk een verbod wel, geldende zelfs ook voor huiselijken arbeid buitenshuis verricht. De gehuwde arbeidersvrouw wil van zulk een arbeid liever niet weten en doet er bij voorkeur niet aan mee. Huiselijke arbeid in huis is voor haar nummer één. Een achturendag verlangt ze daarbij niet. Naast baar lichamelijke taak heeft ze in huis een geestelftk-zedelyke taak, die niet licht is. Als zélfs een vrouw zonder kinderen buitenshuis arbeid verricht, b.v. als ambtenares, maakt ze van het huisgezin niets. Spr. wijst ook op Noord-Brabant waar de huiskamer van den arbeider vaak veel op een werkplaats gelijkt. Ook des Zondags. Daar wil de man in zyn vrijen tijd niet zyn, vandaar dat hij dan zich licht er aan gewend van kroeg tot kroeg te gaan.

Ds. W. J. Roscam Abbing, (Leiden), spreekt ook over het gemis van een absoluut verbod. Hy veronderstelt, dat de referent dewenschelijkheid erkent, dat de gehuwde vrouw geen arbeid in de fabriek verricht. Zelfs geeft de referent toe het recht der Overheid aan beperkende bepalingen te maken. Dit impliceert de bevoegdheid van het stellen van een absoluut verbod. Het is slechts een kwestie van meer of minder. Iedere wetsbepaling is een inbreuk op de vrijheid van den burger. Men denke aan de gedwongen winkelsluiting, aan het verbod op straat matjes te kloppen, aan de gedwongen vrije Zaterdagmiddag, enz. Is dit alles geoorloofd, waarom zou dan het vorenbedoelde absolute verbod ontoelaatbaar zyn? Is dit soms bemoeienis met de inrichting van het leven der gehuwde vrouw? Neen, tenzij alleen negatief. Mag de Overheid de gehuwde vrouw een zekere verdienste niet doen derven? De ervaring te Leiden leert, dat het loon der gehuwde vrouw in werkelijkheid vaak volstrekt geen winst voor het gezin is. (Applaus). Juist net thuis zijn der vrouw

Sluiten