Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koopwaar, gelijk een iedere andere. Zij kristalliseerde zich ah? het ware in de stelling, die tot een dogma werd, dat het loon voor den arbeid alleen door de wet van vraag en aanbod wordt beheerscht. Voor andere overwegingen was eenvoudig geen plaats. Minder in opzet dan als gevolg stond het vast, dat in de loonregeling met geen andere factoren dan de toevallige marktwaarde van den arbeid kon gerekend worden.

Dit was vroeger anders geweest. Onder de heerschappij van de gilden, die voornamelijk ten doel hadden de deugdelijkheid van het werk te verzekeren was er in het algemeen ook de waarborg voor een voldoend loon, een loon, dat in staat stelde het gezin te verzorgen. Immers, alleen de gezel, die behoorlijk werk leverde en daarin proeven van bekwaamheid gaf, had kans om meester te worden. Daarbij was er geen standsverschil in die mate als in lateien tijd tusschen werkgever en werknemer, geen economische tegenstelling.

De meester en gezel werkten samen, om het opgedragen, of beter bestelde werk uit te voeren. Er was geen arbeiden voor de open markt, maar onmiddellijk voor dengene, die het werk behoefde. Bij de uitvoering van den arbeid was er een betrekking tusschen bepaalde menschen, die elkander als zoodanig ontmoetten en noodig hadden.

Daarin kwam echter langzamerhand verandering, toen buiten het terrein van de gilden werkgelegenheden werden ingericht, waar men niet aan den regel gebonden was van een zeker getal arbeiders, dat niet mocht overschreden worden, en waar een andere verhouding intrad tusschen den leider van de werkplaats en de arbeiders. De afstand tusschen beiden wordt grooter.

Terwijl eenerzijde bij bet inrichten van de arbeidsgelegenheid het winstmaken als doel meer op den voorgrond treedt, wordt anderzijds de kans voor den arbeider om een zelfstandige plaats in bet maatschappelijk leven in te nemen geringer. De gehuwden en ongehuwden komen al meer naast elkander te staan; een steeds grooter aantal gehuwden blijft in loondienst van anderen.

Wanneer wij er hierbij aan herinneren, dat een toenemende arbeidsverdeeling ten gevolge had, dat het werk een deel van zijn innerlijke waarde voor den persoon van den arbeider verloor, daar de belangstelling in den arbeid om een zelf voltooid resultaat te verkrijgen, schade leed, dan is het duidelijk, dat het belang van den arbeid zich voor steeds meerderen samentrok in de bepaling van het loon. Bijzing en daling hiervan beteekende meer dan vroeger een rijzing of daling van het levensgeluk, voor zoover dit met de voorziening in de levensbehoeften van het gezin samenhangt.

Wij gaan nu meer andere factoren, die op het hier aangeduide proces inwerkten voorbij, als het uitbesteden van werk in huis, waardoor de huisarbeid in het leven trad, en andere handelingen, die in strijd waren met de bepalingen der gilden, welke door haar eigen verwording voor geen gering deel mee oorzaak waren van haar sterk verminderden invloed op het arbeidsleven.

Sluiten