Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit blijkt wel, dat men in Rome huiverig was een stap te doen, die kon worden opgevat, alsof de leer van/ het familieloon uit de sfeer van de ethiek in die van het recht moest worden overgebracht.

Maar dan is bet ook niet zonder bedenking om te spreken van een rechtvaardig loon.*)

Wij mogen ons intusschen bij een bespreking van dit punt niet langer ophouden.

Het tot heden gevondene samenvattend, komen wq tot de gevolgtrekking, dat de leer van het absolute familieloon, zooals dit door de meesten verdedigd wordt, de leer is omtrent een gekwalificeerd minimum, waarbij het onbeslist blijft, of dit wettelijk in den een of anderen vorm moet worden verwezenlijkt.

Voor zoover thans van eenige bepaalde toepassing van het gezinsloon kan gesproken worden, treffen wij het aan in den vorm van het relatieve.

Dat is alzoo een loonregeling, waarbij met het feit van het al of niet getrouwd zijn en met het al of niet bezit van kinderen en daarbij ook met het aantal kinderen gerekend wordt.

Het is een loonvorm, waaromtrent moeilijk is vast te stellen, in welke mate hij zijn toepassing vindt. Want indien het gewoonlijk wordt voorgesteld, dat die alleen ia den publieken dienst zou gevonden worden, moeten wij dit betwisten. Al zijn er geen cijfers mee te deelen, het mag als vaststaand worden aangenomen, dat die loonvorm in het particuliere leven, zij. het op bescheiden schaal, wordt aangetroffen.

Wij denken daarbij aan het platteland, waar aan den landarbeider in vasten dienst bij huwelijk een verhooging wordt toegekend; aan het winkelbedrijf, waar soms evenzoo ten opzichte van het vaste bediendenpersoneel gehandeld wordt; aan het kantoorwezen, waarin hetzelfde gebruik wel wordt aangetroffen, en in menige kleine werkplaats, waar nog door samenwerking van patroon en arbeider een hand bestaat.

Wij willen hieraan geen te groote beteekenis toekennen; zelfs er aan toevoegen, dat naarmate het grootbedrijf toeneemt en dit niet alleen in de industrie, maar ook op het daarbuiten liggend arbeidsgebied, de loonregeling, welke rekening houdt met het gezinsleven, minder gebruikelijk wordt — doch het is niet onverschillig er aanstonds aan te herinneren, dat

1) De aanval van Pater Weyers op het praeadivies van zijn geloofsgenoot Prof. Aengenent in de vergadering van de Vereeniging voor Staathuishoudkunde en Statistiek op 4 Oet. 1913 mocht wat ruw zijn, vooral waar deze afwezig was, geheel zonder grond was zij niet, ala hij o.m. zeide:

„Op de eerste plaats, de inleider spreekt van een strikt rechtvaardig loon. Wat bertteekent nu in de Katholieke terminologie eien strikt rechtvaardig löon? Het beteekent, dat wanneer een werkgever een loon uitreikt, dat beneden het strikt rechtvaardige is, hij een loondief is, en dat de werknemer, die dat strikt rechtvaardige loon niet ontvangt, in geweten gerechtigd is, zich toe te eigenen, wat er aan te kort komt. Met andere woorden, hij kan zich compenseeren". Zie Verslag van de Algemeene Vergadering, blz. 51.

Sluiten