Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Prof. Diepenhorst, die den! kindertoeslag krachtig in bescherming neemt, doet dit, wat de eerste betreft, evenmin. Hij schrijft omtrent die beweerde remmende werüing op het streven om te geraken tot eefl) hooger loon: „Zulks kan een gevolg zijn, maar noodzakelijk is het allerminst. Alles nangt hier van de omstandigheden af en niet mag worden vergeten, dat het verkenen van een kindertoeslag niet mag afhangen, van de vaststelling van een behoorlijk minimumloon".

Wij ontkennen niet, dat er veel, indien niet alles van de omstandigheden afhangt; maar meenen toch, wat het laatste aangaat te moeten opmerken, dat een kindertoeslag een zekere erkenning inhoudt omtrent de beteekenis van het minimumsalaris.

Wordt dit laatste echter inderdaad op een belangrijk bedrag gesteld, dan moet de kindertoeslag wel eenigszins werken in de richting, die van de andere zijde gevreesd wordt.

Juist omdat wij meenen deze aangelegenheid niet naar abstracte beginselen te moeten behandelen, maar in verband met de feiten, kan ons oordeel over het gezinsloon dan ook slechts onder zeker voorbehoud gunstig zijn.

De voornaamste beteekenis, waarom het zich thans aanbeveelt, ligt in de erkenning daarin van Overheidswege van het gezin, en dat het loon dan ook voldoende móét wezen om in het onderhoud van het gezin te voorzien, hoe groot dit moge zijn, zonder dat vrouw of kinderen daartoe behoeven bij te dragen. Dezelfde gedachte, die er haar toe leidt om aftrek bij belastingen toe te staan naar het getal kinderen beneden zekeren leeftijd.

Intusschen, en hierop dient wel te worden gelet, voor zoover de Overheid daarbij van een bepaalde onderstelling uitgaat omtrent het gezin, brengt de consequentie met zich, dat zij zelve er niet toe meewerkt, dat de gehuwde vrouw door haar in dienst genomen of gehouden wordt. Wil men die consequentie niet, dan kan verhooging van loon wegens huwelijk en kindertoeslag tot vreemde verhoudingen leiden, en zal zij in geen geval als regel kunnen gelden.

Er zullen dan ten minste met het oog daarop bepaalde uitzonderingen moeten worden gemaakt.

Wij komen hier voor een deel in aanraking met die omstandigheden, waarvan Prof. Diepenhorst in een ander verband spreekt, waarvan het oordeel over de wenschelijkheid van kindertoeslag zal afhangen.

Daaronder zal ook rekening moeten worden gehouden met den invloed van de loonregeling in publieken dienst op die in het particuliere bedrijf.

Het is niet mogelijk in het algemeen vast te stellen, hoe de houding van de Overheid in deze aangelegenheid op den loontoestand in het particuliere bedrijf reageeren zal, en toch is dit een punt, dat niet verwaarloosd mag worden.

Er zal daarom telkens in bijzondere gevallen moeten worden nagegaan of het wensehelijk is een kindertoeslag te geven, en zoo ja, tot welk bedrag. Het kan wezen en zal zich vermoedelijk in den komenden tijd vaak

Sluiten